ECLI:NL:PHR:2022:962
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Indeling van adhesive voor tandheelkundig gebruik in de Gecombineerde Nomenclatuur
Deze zaak betreft de tariefindeling van producten, zogenaamde adhesives, gebruikt voor het bevestigen van brackets op tanden binnen de Gecombineerde Nomenclatuur (GN). Belanghebbende voerde aan dat deze producten als tandcement onder post 3006 40 00 GN moesten worden ingedeeld, terwijl de Inspecteur en de staatssecretaris van Financiën de producten classificeerden onder post 3506 10 00 GN, bestemd voor lijm.
De Rechtbank en het Hof oordeelden dat de producten, ook als assortimenten met meerdere componenten, wezenlijk worden bepaald door de adhesive en niet als tandcement kunnen worden aangemerkt omdat deze niet worden gebruikt voor tandvulling. Het Hof verwierp het standpunt dat de adhesive vanwege haar eigenschappen onder post 3006 kon vallen en bevestigde de indeling onder post 3506.
In cassatie stelde belanghebbende dat het Hof de algemene indelingsregel 3a had miskend en dat het begrip tandcement ruimer moest worden uitgelegd. Ook stelde zij dat de therapeutische of profylactische bestemming van het product onvoldoende was meegewogen. De Advocaat-Generaal concludeerde dat de adhesive niet als product voor tandvulling wordt gebruikt en dat indeling onder post 3006 daarom niet mogelijk is. De Hoge Raad werd geadviseerd het beroep ongegrond te verklaren.
De Hoge Raad volgt dit advies en bevestigt dat de adhesive onder post 3506 10 00 GN valt, omdat het product wordt gebruikt als kleefmiddel voor brackets en niet als tandcement voor vulling. Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de adhesive wordt ingedeeld onder post 3506 10 00 van de GN.