ECLI:NL:PHR:2023:1079
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermindering duur gijzeling bij profijtontneming wegens onjuiste rechtsopvatting hof
In deze zaak stond de duur van de gijzeling centraal die het hof Arnhem-Leeuwarden had vastgesteld in een profijtontnemingsprocedure. Het hof had de totale duur van de gijzeling van twee gelijktijdig behandelde ontnemingszaken cumulatief vastgesteld op 1.698 dagen. Dit werd door het cassatieberoep aangevochten als een onjuiste rechtsopvatting.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad concludeerde dat het middel slaagt en dat het hof ten onrechte de duur van de gijzeling te hoog had vastgesteld. De conclusie strekt tot vernietiging van het arrest voor zover het de duur van de gijzeling betreft. De Hoge Raad kan de maximale duur van de gijzeling vaststellen op 982 dagen, in plaats van de door het hof gehanteerde 1.698 dagen.
De zaak betreft een betrokkene die door het hof was veroordeeld tot betaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel van €336.010,02, met een gijzelingstermijn van maximaal 1.080 dagen. Er was samenhang met andere zaken, waaronder een strafzaak die reeds niet-ontvankelijk was verklaard door de Hoge Raad. De conclusie van de procureur-generaal leidt tot een vermindering van de cumulatieve gijzelingstermijn, zonder verdere vernietigingen van het arrest.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de totale duur van de gijzeling tot maximaal 982 dagen en vernietigt het arrest voor zover het de duur betreft.