ECLI:NL:PHR:2023:1079

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
28 november 2023
Publicatiedatum
24 november 2023
Zaaknummer
22/00005
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering duur gijzeling bij profijtontneming wegens onjuiste rechtsopvatting hof

In deze zaak stond de duur van de gijzeling centraal die het hof Arnhem-Leeuwarden had vastgesteld in een profijtontnemingsprocedure. Het hof had de totale duur van de gijzeling van twee gelijktijdig behandelde ontnemingszaken cumulatief vastgesteld op 1.698 dagen. Dit werd door het cassatieberoep aangevochten als een onjuiste rechtsopvatting.

De procureur-generaal bij de Hoge Raad concludeerde dat het middel slaagt en dat het hof ten onrechte de duur van de gijzeling te hoog had vastgesteld. De conclusie strekt tot vernietiging van het arrest voor zover het de duur van de gijzeling betreft. De Hoge Raad kan de maximale duur van de gijzeling vaststellen op 982 dagen, in plaats van de door het hof gehanteerde 1.698 dagen.

De zaak betreft een betrokkene die door het hof was veroordeeld tot betaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel van €336.010,02, met een gijzelingstermijn van maximaal 1.080 dagen. Er was samenhang met andere zaken, waaronder een strafzaak die reeds niet-ontvankelijk was verklaard door de Hoge Raad. De conclusie van de procureur-generaal leidt tot een vermindering van de cumulatieve gijzelingstermijn, zonder verdere vernietigingen van het arrest.

Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de totale duur van de gijzeling tot maximaal 982 dagen en vernietigt het arrest voor zover het de duur betreft.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer22/00005 P

Zitting28 november 2023
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,
hierna: de betrokkene

Inleiding

1. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft bij arrest van 20 december 2021 het door betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 336.010,02 en aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling van dat bedrag aan de staat. De duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd in geval van niet-betaling is bepaald op 1.080 dagen.
2. Er bestaat samenhang met de zaken 22/00007 P en 22/00006 (peek). In de eerstgenoemde zaak zal ik vandaag ook concluderen. De tweede zaak, een strafzaak, heeft de Hoge Raad reeds bij arrest van 4 juli 2023 afgedaan met een niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep van de betrokkene (als verdachte).
3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. D.W.H.M. Wolters, advocaat te Hoofddorp, heeft één middel van cassatie voorgesteld. Het middel klaagt dat het hof de totale duur van de gijzeling in de voorliggende zaak en die in de zaak met nummer 22/00007 P heeft bepaald op meer dan 1.080 dagen, te weten 1.698 dagen, hetgeen getuigt van een onjuiste rechtsopvatting.

De bespreking van het middel

4. Het middel slaagt op de gronden als vermeld in mijn conclusie in de zaak met nummer 22/00007 P, besproken onder het tweede middel.

Slotsom

5. Het middel slaagt.
6. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor zover het de duur van de gijzeling betreft. De Hoge Raad kan de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd bepalen op 982 dagen.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG