ECLI:NL:HR:2024:43

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 januari 2024
Publicatiedatum
17 januari 2024
Zaaknummer
22/00005
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 lid 1 EVRM
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bepaalt maximale duur gijzeling bij ontnemingsvordering uit bedrijfsmatige hennepteelt

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over de maximale duur van gijzeling in een ontnemingszaak voortvloeiend uit bedrijfsmatige hennepteelt.

De betrokkene werd geconfronteerd met twee ontnemingsvorderingen die voortkwamen uit één strafzaak, waarbij het hof de maximale duur van gijzeling samen op 1.698 dagen had vastgesteld. Het cassatiemiddel klaagde dat deze duur onterecht was en dat de maximale duur beperkt had moeten worden tot 1.080 dagen.

De Hoge Raad oordeelde dat het cassatiemiddel slaagt en verwees naar een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2024:42) voor de motivering. De Hoge Raad vernietigde het hofarrest voor zover het de duur van de gijzeling betreft en stelde de maximale duur vast op 982 dagen. Voor de andere ontnemingszaak bepaalde de Hoge Raad een maximale duur van 98 dagen.

Daarnaast constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de cassatieprocedure was overschreden, maar gezien de beperkte overschrijding werd hiervan geen nadelig rechtsgevolg verbonden. De uitspraak werd op 23 januari 2024 openbaar uitgesproken door de Strafkamer van de Hoge Raad.

Uitkomst: De Hoge Raad bepaalt de maximale duur van gijzeling bij ontnemingsvordering op 982 dagen en vernietigt het hofarrest voor dat onderdeel.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/00005 P
Datum23 januari 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 december 2021, nummer 21-002292-17, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft D.W.H.M. Wolters, advocaat te Hoofddorp, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor zover het de duur van de gijzeling betreft, waarbij de Hoge Raad de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd, kan bepalen op 982 dagen.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof de totale duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd in deze ontnemingszaak en in een andere ontnemingszaak, die allebei voortvloeien uit één strafzaak tegen de betrokkene, ten onrechte heeft bepaald op meer dan 1.080 dagen.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 22/00007 P, ECLI:NL:HR:2024:42.
2.3
De Hoge Raad zal de zaak zelf afdoen en de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd, bepalen op 982 dagen. In de ontnemingszaak die bij de Hoge Raad in behandeling is onder nummer 22/00007 P zal de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd, worden bepaald op 98 dagen.

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de beperkte mate van overschrijding van de redelijke termijn volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend voor zover de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 1.080 dagen is bepaald;
- bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 982 dagen;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
23 januari 2024.