ECLI:NL:PHR:2023:1136
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep inzake beslag en verschoningsrecht bij verdenking grootschalige fraude voedselketen
In deze zaak heeft de rechtbank Oost-Brabant het klaagschrift van de klaagster ex art. 552a Sv ongegrond verklaard, waarin zij opheffing van beslag en teruggave van inbeslaggenomen stukken vorderde die onder haar verschoningsrecht vallen. De klaagster stelde hiertegen cassatieberoep in, met twee middelen van cassatie.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert dat het eerste middel faalt en dat de klaagster niet-ontvankelijk moet worden verklaard voor zover het beroep klachten over het verschoningsrecht betreft. Het tweede middel blijft onbesproken. Er zijn geen gronden gevonden die tot vernietiging van de bestreden uitspraak leiden.
De beschikking van de rechtbank dateert van 7 maart 2023, hoewel in het proces-verbaal enkele data zijn vermeld die kennelijk op een verschrijving berusten. De behandeling in raadkamer vond openbaar plaats op 7 februari 2023. De zaak betreft beslaglegging op fysieke dossiers en back-ups van ICT-systemen in het kader van een verdenking van grootschalige fraude in de voedselketen.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep voor zover het de klachten over het verschoningsrecht betreft en tot verwerping van het beroep voor het overige. Er is samenhang met meerdere andere zaken die gelijktijdig worden behandeld.
Uitkomst: Cassatieberoep niet-ontvankelijk voor klachten over verschoningsrecht en voor het overige verworpen.