ECLI:NL:PHR:2023:1142
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep klaagster tegen beslagbeschikking rechter-commissaris
De klaagster heeft bij de rechtbank Oost-Brabant een beklag ingediend tegen een beschikking van de rechter-commissaris tot beslaglegging op bedrijfspanden en ICT-back-ups in een strafrechtelijk onderzoek naar grootschalige fraude in de voedselketen. De rechtbank verklaarde dit beklag niet-ontvankelijk omdat de klaagster geen verschoningsgerechtigde is en daarom geen rechtsmiddel tegen deze beschikking kan instellen.
De klaagster stelde vervolgens cassatieberoep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is, verwijzend naar een soortgelijke zaak met een gelijkluidend middel. De Hoge Raad zal de klaagster dan ook niet-ontvankelijk verklaren in haar cassatieberoep.
De procedure kenmerkt zich door samenhang met meerdere andere zaken waarin soortgelijke kwesties aan de orde zijn. De beschikking van de rechtbank dateert van 7 maart 2023, ondanks dat er in documenten sprake is van een eerdere datum, wat wordt toegeschreven aan een kennelijke verschrijving.
De zaak betreft de toepassing van art. 98 Sv Pro en art. 552a Sv, waarbij het recht op beklag en de ontvankelijkheid daarvan centraal staan. De Hoge Raad bevestigt de strikte criteria voor wie als verschoningsgerechtigde kan worden aangemerkt en wie dus rechtsmiddelen kan instellen tegen beslagbeschikkingen van de rechter-commissaris.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de klaagster niet-ontvankelijk in haar cassatieberoep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beklag.