ECLI:NL:PHR:2023:1143
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep tegen beklag beslag bedrijfspanden in fraudezaak voedselketen
De klaagster had bij de rechtbank Oost-Brabant beklag ingediend tegen een beschikking van de rechter-commissaris betreffende beslaglegging op fysieke dossiers en back-ups van ICT-systemen in het kader van een verdenking van grootschalige fraude in de voedselketen. De rechtbank verklaarde het beklag niet-ontvankelijk omdat de klaagster geen verschoningsgerechtigde was en haar tegen die beschikking geen rechtsmiddel openstond.
De klaagster stelde vervolgens cassatieberoep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeerde dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is, verwijzend naar een soortgelijke conclusie in een samenhangende zaak. De Hoge Raad zal de klaagster daarom niet-ontvankelijk verklaren in het cassatieberoep.
De zaak betreft een samenhang met meerdere andere zaken die gelijktijdig worden behandeld. De procedurele data tonen dat de beschikking van de rechtbank op 7 maart 2023 in het openbaar is uitgesproken, ondanks dat bovenaan de beschikking abusievelijk 7 februari 2023 staat vermeld. De inhoud van de klaagschriften en processen-verbaal is vrijwel identiek in de samenhangende zaken.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de klaagster niet-ontvankelijk.