ECLI:NL:PHR:2023:1150
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over beslag en teruggave fysieke dossiers en ICT-back-up bij verdenking fraude voedselketen
In deze zaak staat het cassatieberoep van een klaagster centraal tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 7 maart 2023. De rechtbank had het klaagschrift van de klaagster gegrond verklaard voor het beslag op fysieke goederen en teruggave gelast aan de redelijkerwijs rechthebbende, maar het beklag voor het overige ongegrond verklaard.
De procureur-generaal heeft drie cassatiemiddelen beoordeeld. Het eerste middel faalt, het tweede blijft onbesproken, en het derde middel slaagt. Het derde middel betreft de vraag of de rechtbank art. 552a lid 10 Sv heeft miskend door enerzijds het beklag gegrond te verklaren maar anderzijds de teruggave te gelasten aan de redelijkerwijs rechthebbende.
De conclusie van de procureur-generaal is dat de bestreden beschikking gedeeltelijk moet worden vernietigd, namelijk wat betreft de last tot teruggave van het fysieke beslag aan de redelijkerwijs rechthebbende. De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank Oost-Brabant voor herbeoordeling en afdoening van het beklag. Tevens wordt de klaagster niet-ontvankelijk verklaard voor zover het beroep de klachten over het verschoningsrecht betreft, en wordt het beroep voor het overige verworpen.
De procedure kende samenhang met meerdere andere zaken met vergelijkbare klachten en beslissingen. De behandeling van het klaagschrift vond openbaar plaats in de raadkamer, en de datum van de beschikking is vastgesteld op 7 maart 2023, ondanks een kennelijke verschrijving van 7 februari 2023 op het document.
Uitkomst: Bestreden beschikking gedeeltelijk vernietigd en terugverwezen voor herbeoordeling; klaagster niet-ontvankelijk voor verschoningsrechtklachten.