Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Aanleiding en verloop van de procedure
De beoordeling
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 30 mei 2023, waarin het klaagschrift van de klaagster tot opheffing van beslag op goederen, genomen op grond van Amerikaanse rechtshulpverzoeken, ongegrond werd verklaard.
De procedure startte na een doorzoeking op 8 november 2022, waarbij diverse goederen ten laste van de bestuurder van de klaagster in beslag werden genomen op basis van art. 94 Sv Pro. De Amerikaanse autoriteiten hadden om geheimhouding van de rechtshulpverzoeken verzocht, waardoor deze niet aan de verdediging werden verstrekt. De rechtbank oordeelde dat deze geheimhouding niet in strijd was met fair trial en dat het beslagrechtmatig was.
De klaagster voerde drie middelen aan: onbevoegdheid van de rechtbank, onvoldoende motivering met name over dubbele strafbaarheid, en overschrijding van de beslistermijn. De Hoge Raad concludeert dat de relatieve bevoegdheid niet tot cassatie leidt omdat geen belang is gesteld, dat de motivering over dubbele strafbaarheid voldoende is ondanks geheimhouding, en dat de overschrijding van de beslistermijn niet leidt tot nietigheid.
De conclusie van de procureur-generaal is dat het cassatieberoep moet worden verworpen. De Hoge Raad sluit zich hierbij aan en bevestigt de rechtmatigheid van de beslaglegging en de afwijzing van het klaagschrift.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beslag blijft gehandhaafd.