Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
–tot uitgangspunt genomen dat, gelet op de in de tenlastelegging vermelde pleegplaatsen, zowel de rechtbank Midden-Nederland als de rechtbank Amsterdam gelden als gelijkelijk bevoegde rechtbanken. Het hof heeft vervolgens op grond van artikel 2 lid 2 Sv Pro de rechtbank te Utrecht, waarvan de rechtbank Midden-Nederland de opvolger is, in deze situatie aangemerkt als de rechtbank waar het eerst de vervolging is ingesteld. Daarbij heeft het hof betrokken dat een bijzonder belang van de verdachte bij berechting in Amsterdam niet is gesteld of aannemelijk geworden en dat er geen aanwijzingen zijn dat het openbaar ministerie in strijd met de beginselen van een behoorlijke procesorde heeft gehandeld. Een en ander getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
20 december 2022.