ECLI:NL:PHR:2023:123
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening van veroordeling voor rijden onder invloed van cannabis wegens onbekendheid sepotbeslissing
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland, waarbij de aanvrager op 23 maart 2022 werd veroordeeld voor rijden onder invloed van cannabis op 7 april 2021. De aanvraag tot herziening steunt op een sepotbeslissing van 22 februari 2022, die de politierechter niet kende tijdens de behandeling van de zaak. Deze sepotbeslissing hield in dat het Openbaar Ministerie (OM) had besloten de verdachte niet verder te vervolgen wegens onvoldoende bewijs.
De conclusie van de procureur-generaal bij de Hoge Raad is dat deze sepotbeslissing een nieuw gegeven vormt dat, indien bekend geweest bij de politierechter, waarschijnlijk tot niet-ontvankelijkverklaring van het OM had geleid. De sepotbeslissing was ruim vóór de terechtzitting verzonden, maar de politierechter wees het vonnis bij verstek, wat erop wijst dat de verdachte of zijn raadsman niet op de hoogte waren van deze beslissing.
De Hoge Raad beveelt daarom gegrondverklaring van de herzieningsaanvraag, opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis, en verwijzing van de zaak naar een gerechtshof voor hernieuwde berechting. De zaak bevat uitgebreide verwijzingen naar eerdere jurisprudentie over de kennis van de rechter van het dossier en de gevolgen daarvan voor de rechtmatigheid van het vonnis.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak voor hernieuwde berechting naar een gerechtshof.