ECLI:NL:HR:2008:BD4153
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- W.A.M. van Schendel
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Herziening levenslange gevangenisstraf wegens moord op baby na nieuw deskundigenonderzoek
De zaak betreft een vordering tot herziening van een levenslange gevangenisstraf opgelegd aan L.I.Q. de B. voor meerdere moorden, waaronder de moord op een baby in het Juliana Kinderziekenhuis te 's-Gravenhage. De herziening werd aangevraagd op grond van nieuw onderzoek door de Advocaat-Generaal en een integrale multidisciplinaire herbeoordeling door prof. Meulenbelt en andere deskundigen.
Het nieuwe onderzoek richtte zich op de interpretatie van monitorregistraties (trendgraphs), de representativiteit van het bloedmonster uit gaasjes bij de tweede obductie en de mogelijkheid van een natuurlijke doodsoorzaak. Prof. Meulenbelt concludeerde dat het vocht uit de gaasjes niet representatief is voor postmortaal bloed en dat het klinisch beloop wijst op een natuurlijk overlijden, hetgeen een novum vormt.
De Hoge Raad oordeelde dat deze nieuwe bevindingen de bewijsvoering van het Hof substantieel ondergraven, met name het oordeel over de digoxinevergiftiging als doodsoorzaak en de tijdspanne van toediening. Gezien de samenhang in de bewijsvoering van alle levensdelicten verklaarde de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond en schortte de tenuitvoerlegging van de straf op.
De zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Arnhem voor hernieuwde behandeling en beslissing over de feiten en strafoplegging, waarbij ook de andere levensdelicten betrokken worden. De beslissing benadrukt het belang van nieuwe feiten en deskundige inzichten die het oorspronkelijke oordeel kunnen wijzigen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsvordering gegrond en schorst de tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf wegens twijfel over de doodsoorzaak van de baby.