ECLI:NL:PHR:2023:128
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid klaagster in beklag tegen inbeslagname sieraden na Europees Onderzoeksbevel
De zaak betreft een beklag van klaagster tegen de inbeslagname van sieraden op grond van een Europees Onderzoeksbevel (EOB) van Spaanse autoriteiten. De rechtbank Rotterdam verklaarde klaagster niet-ontvankelijk omdat het klaagschrift buiten de wettelijke termijn van veertien dagen na kennisgeving was ingediend. De Hoge Raad vernietigde een eerdere beschikking en verwees de zaak terug voor herbeoordeling.
Bij de herbeoordeling stelde de rechtbank vast dat op 1 oktober 2020 de beslaglegging plaatsvond en dat klaagster een op de situatie toegesneden schriftelijke kennisgeving had ontvangen waarin zij werd geïnformeerd over haar recht om binnen veertien dagen een klaagschrift in te dienen. Klaagster diende haar klaagschrift echter pas op 1 april 2021 in, ruim na het verstrijken van de termijn.
Klaagster voerde aan dat zij niet tijdig op de hoogte was gesteld van de termijn, maar de rechtbank en de Hoge Raad oordeelden dat de kennisgeving duidelijk was en op de juiste datum was uitgereikt. De Hoge Raad concludeert dat de niet-ontvankelijkverklaring terecht is en verwerpt het cassatieberoep van klaagster.
Uitkomst: Klaagster is niet-ontvankelijk verklaard in haar beklag wegens overschrijding van de wettelijke termijn.