De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld tot 38 maanden gevangenisstraf wegens deelneming aan een criminele organisatie die zich bezighield met de handel in harddrugs en drugsprecursoren. Het hof baseerde zijn oordeel onder meer op onderschepte pgp-berichten, verklaringen van betrokkenen en andere bewijsmiddelen.
De verdediging voerde aan dat de pgp-berichten slechts als schriftelijke bescheiden in verband met andere bewijsmiddelen konden gelden en dat niet kon worden vastgesteld dat de verdachte de gebruiker was van het pgp-verkeer. De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet verplicht was om uitgebreid te motiveren waarom het bewijs uit pgp-berichten voldoende was, mede omdat het bewijs werd ondersteund door andere bewijsmiddelen zoals verklaringen en communicatie.
Het hof concludeerde dat de organisatie een gestructureerd samenwerkingsverband was met een duidelijk oogmerk gericht op de handel en productie van synthetische drugs. Verdachte had een uitvoerende rol en was nauw betrokken bij de activiteiten. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de veroordeling in stand blijft.