ECLI:NL:PHR:2023:166
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen
De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld tot 4 jaar en 6 maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van poging tot opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en deelneming aan een criminele organisatie. Tegen dit arrest werd cassatieberoep ingesteld.
De Hoge Raad stelt vast dat op grond van artikel 437, tweede lid, Sv de middelen van cassatie binnen twee maanden na betekening van de aanzegging moeten worden ingediend. In deze zaak is die termijn niet in acht genomen, waardoor de verdachte niet in het beroep kan worden ontvangen.
De aanzegging is op correcte wijze betekend aan het adres dat in de SKDB-informaties staat vermeld, ondanks dat geen adres van verdachte in Nederland bekend is. De brief is niet onbestelbaar retour gekomen en een Spaanse tolk was aanwezig tijdens het hoger beroep. Desondanks leidt het niet tijdig indienen van de middelen tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen van de middelen.