ECLI:NL:PHR:2023:198
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof wegens onrechtmatig gebruik eigen waarneming in raadkamer
De verdachte werd door het hof Den Haag veroordeeld voor bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht, gebaseerd op een filmfragment waarin hij bedreigende woorden zou uiten. Tijdens de terechtzitting betwistte de verdachte dat deze woorden op het fragment te horen waren en verzocht om deskundig onderzoek naar het fragment. Het hof wees dit verzoek af en baseerde zijn bewezenverklaring mede op eigen waarneming van het filmfragment, gedaan in de raadkamer na de terechtzitting.
Volgens art. 340 Sv Pro mag een rechter eigen waarneming als bewijs gebruiken alleen indien deze tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gedaan, zodat partijen zich hierover kunnen uitlaten. De Hoge Raad nuanceerde deze regel in eerdere arresten voor beeld- en geluidsopnamen, maar stelde als voorwaarden dat de opname tijdens de terechtzitting aan de orde moet zijn gesteld, partijen kennis moeten hebben kunnen nemen en geen bezwaar is gemaakt tegen het niet vertonen of beluisteren.
In deze zaak stelde de Hoge Raad vast dat het hof de eigen waarneming pas in de raadkamer deed en niet tijdens de terechtzitting, terwijl de verdachte de woorden toen ontkende. Hierdoor werden de procespartijen verrast en konden zij zich niet uitlaten over deze waarneming. Dit is in strijd met art. 340 Sv Pro. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Den Haag voor een nieuwe beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.