Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede middel
3.Beoordeling van het derde middel
4.Beslissing
17 oktober 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die werd bewezenverklaard voor het bezit van kinderporno op 31 januari 2012 te Rotterdam. Het hof baseerde zijn oordeel mede op eigen waarneming van een fotomap met afbeeldingen die niet tijdens de terechtzitting maar in raadkamer werden bekeken. De verdediging klaagde dat deze eigen waarneming niet ter terechtzitting was gedaan en niet ter sprake was gebracht.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de eigen waarneming mocht gebruiken omdat de procespartijen vooraf op de hoogte waren van de inhoud van de fotomap en de raadsman deze al eerder had ingezien op het politiebureau. Er was geen bezwaar gemaakt tegen het bekijken van de foto's in raadkamer. Het hof hoefde de eigen waarneming niet ter terechtzitting te bespreken omdat de partijen niet werden verrast.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het arrest van het hof. De bewezenverklaring berustte op diverse proces-verbalen, waaronder doorzoeking, inbeslagname, verhoor en onderzoek van de digitale bestanden. De afbeeldingen betroffen grotendeels naakte of deels naakte minderjarigen in seksuele poses. De Hoge Raad vond geen grond voor cassatie en hield vast aan de rechtmatigheid van het bewijs en de procedure.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het bewijs en de veroordeling voor bezit van kinderporno.