Conclusie
Bewezenverklaring en bewijsvoering
[aangeefster] is een jodenhaater!”.”
Het middel en de bespreking daarvan
ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening” niet uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid. Blijkens de toelichting op het middel kan met name niet uit de bewijsmiddelen worden afgeleid dat sprake was van een politieactiviteit en dat de aangeefster in haar hoedanigheid van politieambtenaar meewerkte aan die activiteit.
Art. 266, eerste lid, Sr:
Art. 267, eerste lid onder 2⁰, Sr:
NJ2017/472, m.nt. Rozemond [1] – dat die strafverhoging uitsluitend in aanmerking komt indien tussen de belediging en de uitoefening van de bediening een temporeel verband bestaat dan wel de belediging met betrekking tot de uitoefening van de bediening is gedaan. De Hoge Raad voegt daaraan toe dat voormelde relatie niet op de enkele hoedanigheid van de ambtenaar betrekking moet hebben maar op de uitoefening van zijn bediening.
Slotsom