Conclusie
ook te willen bespreken met andere rechters die Wvggz-zaken behandelen”. Op diezelfde dag heeft de rechtbank (enkelvoudige kamer) beslist de zorgmachtiging te verlenen. Het middel klaagt dat de rechtbank de zaak had moeten verwijzen naar de meervoudige kamer en dat het onmiddellijkheidsbeginsel is geschonden. Het middel voert geen inhoudelijke klachten aan tegen het verlenen van de zorgmachtiging.
1.Feiten en procesverloop
de rechtbank) ingekomen op 1 juli 2022, heeft de officier van justitie verzocht om ten aanzien van verzoeker tot cassatie (hierna:
betrokkene) een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden voor verschillende vormen van verplichte zorg.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
heeft besproken” met collega-rechters die Wvggz-zaken behandelen. [4]
kennelijk en terecht” – ongeschikt achtte voor behandeling en beslissing door één rechter, of op zich voor enkelvoudige behandeling geschikt achtte maar in het kader van de interne organisatie/opleiding binnen de rechtbank wilde bespreken met andere rechters met meer Wvggz-kennis of ervaring.
kennelijk en terecht” – naar het oordeel van de behandelend rechter “
de kwestie over het resterende deel van het verzoek” in het licht van het ter zitting door betrokkene aangevoerd primair/subsidiair verweer ongeschikt is voor ‘unusrechtspraak’. De reden daarvoor is de complexiteit en het principiële karakter van de ter beslissing voorgelegde rechtsvragen, voor beantwoording waarvan kennisdeling in collegiaal vooroverleg nuttig of geboden is in navolging van de algemene en rechtsgebied overstijgende indicatoren onder art. 8:10 Awb Pro volgens de ‘Landelijke Overleggen Vakinhoud’ (LOV) van de rechtbanken. [5]
“(de) ‘andere rechters’”als leden van de rechtbank mede de zaak verder zouden behandelen en beslissen.
de ‘andere rechters die Wvggz-zaken behandelen’”, zij dit voornemen ter zitting had kunnen en moeten meedelen, en erop had kunnen en moeten wijzen dat (de advocaat van) betrokkene kon verzoeken om een (hernieuwde) behandeling door deze meervoudige kamer, van welke mogelijkheid anders op voorhand afstand had kunnen worden gedaan. [6] Het subonderdeel stelt dat niet blijkt dat de rechtbank bedoelde gelegenheid heeft gegeven. Volgens het subonderdeel was daartoe niet voldoende de (enkele) mededeling van de behandelend rechter dat de kwestie over het resterend gedeelte van het verzoek zou worden besproken met “
andere rechters die Wvggz-zaken behandelen”. Evenmin, zo besluit het subonderdeel, blijkt uit het proces-verbaal en de beschikking dat betrokkene op voorhand afzag van de mogelijkheid om een (hernieuwde) behandeling door de meervoudige kamer te verzoeken.
Zorgmachtiging’), bepaalt dat in aanvulling op hetgeen uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg voortvloeit, de regels inzake de verzoekprocedure uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing zijn. Art. 15 lid 1 Rv Pro, opgenomen in de Tweede Afdeling van Titel 1 (‘
Algemene bepalingen’) van Boek 1 Rv, bepaalt dat bij de rechtbank zaken, behoudens in de wet genoemde uitzonderingen, worden behandeld en beslist door een enkelvoudige kamer. Dit geldt voor zowel dagvaardingsprocedures als verzoekschriftprocedures. [7] Het tweede lid bepaalt dat, indien de zaak naar het oordeel van de enkelvoudige kamer ongeschikt is voor behandeling en beslissing door één rechter, zij deze verwijst naar een meervoudige kamer, bestaande uit drie leden. [8]
kanzij de zaak verwijzen naar een meervoudige kamer. Deze situatie zal zich met name voordoen bij de zgn. ‘opleidingskamers’, waarin minder ervaren rechters onder leiding van een ervaren voorzitter ervaring opdoen met bepaalde zaken. [11] Een procespartij kan verwijzing naar een meervoudige kamer niet afdwingen.
in de gegeven situatie”. De klacht ziet er voorts aan voorbij dat de behandelend rechter de zaak (bij nader inzien) na afloop van de mondelinge behandeling in elk geval niet ongeschikt heeft geacht om enkelvoudig af te doen. Ik merk tot slot op dat de advocaat van betrokkene de behandelend rechter naar aanleiding van de door haar gemaakte opmerking vragen kon stellen en ook zelfstandig had kunnen verzoeken om verwijzing naar een meervoudige kamer. Dit is niet gebeurd.
zou zijn beslotende zaak meervoudig te gaan behandelen, diende iedere partij in de gelegenheid te worden gesteld te verzoeken om een (hernieuwde) behandeling door de meervoudige kamer. Zoals gezegd had de advocaat van betrokkene ook zelfstandig een verzoek kunnen indienen om de zaak te verwijzen naar een meervoudige kamer, op welk verzoek dan had moeten worden beslist.
handeling tot vooroverleg met andere rechters van de rechtbank die Wvggz-zaken behandelen” schending oplevert van het onmiddellijkheidsbeginsel c.q. recht op rechterlijk gehoor (‘
oral hearing’). Daarmee heeft de rechtbank volgens het subonderdeel een zodanig fundamenteel rechtsbeginsel veronachtzaamd dat niet kan worden gesproken van een eerlijke behandeling van de zaak (‘
fair trial’). Ter toelichting betoogt het subonderdeel dat Wvggz-zaken op grond van art. 15 Rv Pro worden behandeld en beslist door een enkelvoudige kamer. De inschakeling van dan wel collegiaal vooroverleg met “
andere rechters die Wvggz-zaken behandelen” komt daardoor volgens het subonderdeel in strijd met art. 6 lid 1 EVRM Pro, aangezien hun (niet-kenbaar) aandeel in de oordeelsvorming en beslissing van de zaak niet “
established by law” kan worden geacht te zijn. Het subonderdeel wijst in dat verband op de bij het EHRM voorliggende rechtsvraag of een zaak is behandeld en beslist door een onafhankelijke en onpartijdige rechter die bij wet is ingesteld indien, in raadkamer, niet alleen rechters die de zaak beslissen maar ook andere rechters zijn betrokken of, in gevallen van kameroverstijgend beleid, leden van andere kamers aan de beraadslagingen deelnemen. [18]
heeft behandelden dat de zaak ook enkelvoudig
is afgedaan. Betrokkene heeft derhalve een mondelinge toelichting gegeven ten overstaan van de rechter die zijn zaak heeft beslist. Niet vaststaat dat de behandelend rechter na afloop van de mondelinge behandeling de zaak heeft besproken met andere rechters die Wvggz-zaken behandelen. Zelfs indien dit het geval is geweest, kan dit niet tot cassatie leiden. Herhaald zij voorts dat het hier gaat om een beschikking van de rechtbank waartegen een gewoon rechtsmiddel open staat en dat het cassatiemiddel tegen het inhoudelijke oordeel van de rechtbank geen klachten aanvoert, ook niet subsidiair.