Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
Het middel
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994, omdat hij op 2 september 2018 te Velp een voertuig bestuurde met een THC-gehalte in zijn bloed boven de wettelijke grenswaarde. Het hof legde een taakstraf van 30 uur op, subsidiair 15 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor zes maanden.
De verdediging voerde in cassatie aan dat het hof ten onrechte het verweer verwierp dat het bloedmonster niet 'zo spoedig mogelijk' bij het laboratorium was bezorgd, zoals vereist in artikel 13 lid 1 onder Pro d van het oude Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer. Er was namelijk een tijdsverloop van acht dagen tussen de bloedafname en de ontvangst van het monster door het NFI.
De Hoge Raad oordeelde dat een dergelijk tijdsverloop niet onaanvaardbaar is, zeker wanneer er geen concrete aanwijzingen zijn dat de bloedmonsters niet correct zijn bewaard of verzonden. Het hof had het bewijs en de betrouwbaarheid van het bloedonderzoek terecht aanvaard. Het cassatieberoep faalde en werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
De uitspraak bevestigt de jurisprudentie dat een tijdsverloop tot acht dagen tussen bloedafname en verzending naar het laboratorium acceptabel kan zijn, mits de wettelijke waarborgen worden nageleefd en geen nadere bezwaren zijn aangetoond.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor rijden onder invloed van cannabis blijft in stand.