Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Aanleiding en het verloop van de procedure
3.De beslissingen van de rechter-commissaris
2.2 Beoordeling rechter-commissaris
De rechter-commissaris heeft aard en omvang van de te behalen gegevens meegewogen. Het onderzoeksbelang vergt dat inzicht wordt verkregen in de verdachte transacties, waarbij de verdenking gerechtvaardigd is dat de bewijzen van die transacties zich onder verdachten kunnen bevinden. Het is tevens niet aannemelijk dat op een minder ingrijpende manier de waarheid aan het licht kan komen.
De rechter-commissaris komt dan tot het oordeel dat hier, op grond van al het voorgaande, zeer uitzonderlijke omstandigheden aanwezig zijn die doorbreking van het verschoningsrecht van verdachten – in verband met de (409) transacties waar de verdenking op ziet - rechtvaardigen. Dit betekent dat in de onderhavige strafzaken beslag gelegd kan worden op alle voorwerpen die - naar voorlopig oordeel van de rechter-commissaris - kunnen dienen om de waarheid omtrent die transacties aan het licht te brengen (artikel 94 Sv Pro). De inbreuk op het verschoningsrecht mag echter niet verder gaan dan strikt nodig voor het aan het licht brengen van de waarheid omtrent de verweten strafbare feiten. De rechter-commissaris dient, in overleg met de Ringvoorzitter, erop toe te zien dat de belangen van
anderecliënten, die niets met de te onderzoeken strafbare feiten te maken hebben, niet onevenredig worden getroffen. Eventueel beslag wordt ‘bevroren’, totdat (definitief) over de toelaatbaarheid van voortduring daarvan is beslist.
zeer uitzonderlijke omstandighedenvoordoen, waarin het verschoningsrecht van verdachten, en de daarmee samenhangende beperkingen van de uitoefening van de beslag- en doorzoekingsbevoegdheden, moeten wijken voor het strafvorderlijke belang van het aan het licht brengen van de waarheid omtrent genoemde feiten waarvan verdachten worden verdacht.”
2. Het beslag
bestandengaat de rechter-commissaris nader onderzoek doen. De rechter-commissaris laat zich bijstaan door een digitale geheimhouderrechercheur, omdat op het kabinet van de rechter-commissaris de voor het digitale onderzoek benodigde kennis en specifiek expertise ontbreekt, alsmede evenmin de vereiste software en (afgeschermde)opslagmogelijkheden voorhanden zijn. Genoemde rechercheur heeft voor geheimhouding getekend. Deze rechercheur communiceert rechtstreeks met de rechter-commissaris, maakt geen deel uit van het onderzoeksteam, en werkt op een ander politiebureau dan het onderzoeksteam. Deze rechercheur gaat, in opdracht en onder toezicht van de rechter-commissaris, de gegevensbestanden filteren die kunnen dienen om de waarheid omtrent de litigieuze 409 transacties aan het licht te brengen. De Ringvoorzitter zal worden betrokken bij de resultaten. De rechter-commissaris beslist daarna op de vraag of deze gegevensbestanden kunnen worden vrijgegeven ter kennisname voor onderzoek aan de officier van justitie of dat alsnog een nadere procedure ex artikel 98 Sv Pro is voorgeschreven. Dit zal mede afhangen van de definitieve beslissing over de ‘zeer uitzonderlijke omstandigheden’.
is toegestaanmet betrekking tot de volgende
documenten: - 1 x enveloppe ABN/AMRO met brief KYC;
‘inhoud shredder’aan in afwachting van een deskundigenbericht.
bestandenaan in afwachting van de resultaten van het filteronderzoek.”
4.De standpunten van de partijen
5. Standpunt klagers
6.Standpunt Openbaar Ministerie
De officier van justitie verklaart:
5.De beschikking
2. Het summiere karakter van de procedure
3.De juridische basis van het beslag
4.Toetsingsmaatstaven
zeer uitzonderlijke omstandighedenlaten denken waarin het belang dat de waarheid aan het licht komt - ook ten aanzien van datgene waarvan de wetenschap de notaris als zodanig is toevertrouwd - moet prevaleren boven het verschoningsrecht. Dit brengt mee dat, waar doorzoeking ter inbeslagneming bij een notaris zonder diens toestemming reeds kan plaatsvinden als het gaat om brieven en geschriften die voorwerp van het strafbare feit uitmaken of tot het begaan daarvan hebben gediend, die toestemming in geval van zeer uitzonderlijke omstandigheden evenmin nodig is als de doorzoeking ter inbeslagneming een verdere strekking heeft en is gericht op brieven en geschriften die kunnen dienen om de waarheid aan het licht te brengen. De beantwoording van de vraag welke omstandigheden als zeer uitzonderlijk moeten worden aangemerkt, laat zich niet in een algemene regel samenvatten. Voor het oordeel dat van zodanige omstandigheden - en derhalve van een uitzondering op de hoofdregel met betrekking tot het verschoningsrecht - sprake is, gelden zware motiveringseisen.
is in het bijzonder afhankelijk van de aard van het inbeslaggenomen stuk en de aard van het delict dat zou zijn begaan door de (rechts)persoon tegen wie de verdenking is gericht, alsmede de feitelijke gedragingen die hem in dat verband worden verweten.” De enkele omstandigheid dat het inbeslaggenomen stuk kan bijdragen aan de waarheidsvinding is in elk geval onvoldoende. (HR 5 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:8)
7. De beoordeling
de algemene leidraad Wwft en Sanctiewetuitgegeven door het Ministerie van Financiën in 2011 met geactualiseerde versies in 2014 en 2020;
de specifieke leidraad Wwft voor de (kandidaat- of toegevoegd) notaris, uitgegeven door Bureau Financieel Toezicht (BFT) in 2014 met geactualiseerde versie in 2018;
-
bijlage 1, brochure met voorbeelden bij de subjectieve indicator, uitgegeven door BFT in 2014 met geactualiseerde versie in 2018;
checklist ABC-transacties, uitgegeven door vertrouwensnotarissen van de KNB in 2007.
red flags Misbruik Vastgoed, uitgegeven door het Financieel Expertise Centrum (FEC) in 2008 met geactualiseerde versie in 2010.
6.Het juridisch kader
7.Het eerste middel
8.Het tweede middel
In een procedure als de onderhavige[…]
slechts marginaal de rechtmatigheid van het beslag en het belang van een rechtens juiste en zorgvuldige strafvordering” toetst. [31] De Hoge Raad heeft met betrekking tot deze vooropstelling van de rechtbank overwogen dat, anders dan waarvan de rechtbank blijkens deze overweging lijkt uit te gaan, de rechter die moet oordelen of zich zodanig zeer uitzonderlijke omstandigheden voordoen “
niet mag volstaan met een marginale toetsing daarvan, doch zich daaromtrent aan de hand van de stukken en het onderzoek in raadkamer een eigen, zelfstandig, oordeel zal moeten vormen.” [32]