Uitspraak
en
[klaagster 3], gevestigd te 's-Gravenhage.
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
3.Beoordeling van het middel
4.Slotsom
5.Beslissing
22 december 2015.
Hoge Raad
In deze zaak oordeelt de Hoge Raad over de toepassing van het afgeleide verschoningsrecht bij beslaglegging op documenten en gegevens die in het bezit zijn van derden, zoals belastingadviseurs die samenwerken met advocaten. De rechtbank had geoordeeld dat klagers niet verplicht waren om potentieel geheimhoudersstukken uit te leveren voordat de verschoningsgerechtigden waren geraadpleegd, en verklaarde het beslag onrechtmatig.
De Hoge Raad stelt dat hoewel klagers een afgeleid verschoningsrecht hebben, zij de gevorderde stukken en gegevens wel moeten uitleveren. Het is vervolgens aan de rechter-commissaris om de verschoningsgerechtigde in de gelegenheid te stellen zijn verschoningsrecht te doen gelden. De rechtbank had dit verkeerd beoordeeld door te stellen dat klagers niet hoefden uit te leveren voordat de verschoningsgerechtigden waren gehoord.
Verder bespreekt de Hoge Raad de gewijzigde versnelde beklagprocedure voor verschoningsgerechtigden die sinds 1 maart 2015 van kracht is. De zaak wordt vernietigd en terugverwezen naar de rechtbank voor een nieuwe beoordeling conform deze uitgangspunten. Het beroep van het Openbaar Ministerie wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis over het beslag op USB-sticks en verhuisdozen en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van het verschoningsrecht.