Conclusie
adv.: mr. K. Aantjes
adv.: mr. C.G.A. van Stratum
Veen en Veste Bewind en Budget B.V.geen verweer
de man) is onder curatele gesteld. Verweerster in cassatie (hierna:
de vrouw) heeft een verzoek tot echtscheiding ingediend. De man verzet zich tegen het uitspreken van de echtscheiding, onder meer door het aanvoeren van een pensioenverweer (art. 1:153 lid 1 BW Pro). Zijn curator heeft hem geen toestemming gegeven voor het voeren van vermogensrechtelijke verweren. Evenals de rechtbank oordeelt het hof dat de man daarom niet ontvankelijk is in zijn pensioenverweer. In cassatie klaagt de man primair dat het hof heeft miskend dat hij, nu hij als verweerder in de echtscheidingsprocedure mag optreden, alle mogelijke verweren mag voeren, waaronder het pensioenverweer. De vrouw voert primair een niet-ontvankelijkheidsverweer. Ik meen dat dat verweer slaagt.
1.Feiten
- i) Partijen zijn op 27 mei 1982 onder het maken van huwelijkse voorwaarden met elkaar gehuwd. De huwelijkse voorwaarden zijn nadien gewijzigd bij akte van 14 juli 2008.
- ii) Bij beschikking van de kantonrechter Groningen van 9 december 2015
2.Procesverloop
Daartoe heeft de rechtbank – voor zover in cassatie van belang – overwogen dat de gestelde duurzame ontwrichting het verzoek kan dragen en dat aan de toewijsbaarheid van het echtscheidingsverzoek niet afdoet dat door en namens de man een pensioenverweer is gevoerd. De ondercuratelestelling beperkt de man weliswaar niet in het recht om verweer te voeren tegen het verzoek tot echtscheiding, maar wel als hij daartegen het pensioenverweer wil voeren. Dat verweer heeft een vermogensrechtelijk karakter en de ondercuratelestelling staat eraan in de weg dat de man zelf en niet zijn curator het verweer voert, aldus de rechtbank (beschikking, p. 2).
primairde man in hoger beroep niet ontvankelijk te verklaren,
subsidiairde beschikking van de rechtbank te bekrachtigen, met veroordeling van de man in de proceskosten in hoger beroep.
Vervolgens heeft het hof betrekking tot het pensioenverweer als volgt overwogen:
Het pensioenverweer5.6 De man heeft zich ook tegen het uitspreken van de echtscheiding verzet met een beroep op het zogeheten pensioenverweer als bedoeld in artikel 1:153 lid 2 BW Pro. Hij heeft gesteld dat de echtscheiding pas kan worden uitgesproken wanneer een toereikende voorziening is getroffen voor de bestaande en ten gevolge van de scheiding wegvallende pensioenrechten voor de man.
primairtot niet-ontvankelijkverklaring,
subsidiairtot verwerping. De man heeft een reactie op het verweerschrift ingediend. De curator heeft geen verweer gevoerd.
3.Inleiding en juridisch kader
Een van die wettelijke uitzonderingen is dat de onder curatele gestelde voor het sluiten van een huwelijk de toestemming van de curator nodig heeft. (art. 1:37 lid 1 BW Pro).
Onder ‘familierechtelijke handelingen’ vallen niet de rechtshandelingen op het gebied van het huwelijksvermogensrecht, zoals het doen van afstand van de huwelijksgemeenschap van goederen of een verzoek tot opheffing daarvan. [18] Tot het maken of wijzigen van huwelijkse voorwaarden voor of tijdens het huwelijk is de onder curatele gestelde bekwaam met toestemming van de curator (art. 1:117 lid 1 jo Pro. 1:37 BW; art. 1:118 BW Pro).
a contrarioworden afgeleid dat de wegens lichamelijke of geestelijke toestand onder curatele gestelde per definitie onbekwaam is tot het verrichten van familierechtelijke handelingen. [19] Uit de wet volgen ook voor deze categorie onder curatele gestelden uitzonderingen op de handelingsonbekwaamheid. Zij mogen een huwelijk aangaan met toestemming van de kantonrechter (art. 1:38 BW Pro). Huwelijkse voorwaarden mogen worden gemaakt of gewijzigd voor dan wel tijdens het huwelijk met toestemming van de kantonrechter (art. 1:117 jo Pro. 1:38 BW) respectievelijk de curator (art. 1:118 BW Pro).
zelfbekwaam is een echtscheidingsverzoek te doen, daarvan afhankelijk is of betrokkene in staat is zijn wil daaromtrent te bepalen en de betekenis van zodanig verzoek te begrijpen. Is hij daartoe niet in staat – hetgeen in de procedure zelf aan de orde kan komen – dan moet hij niet-ontvankelijk worden verklaard. Uw Raad bevestigde [23] dat de curator niet als vertegenwoordiger van de onder curatele gestelde een echtscheidingsverzoek kan indienen om de reden dat een dergelijke beslissing een hoogstpersoonlijk karakter heeft. [24]
verweerderis, zulks ter bescherming van de andere echtgenoot in zijn recht op echtscheiding. Het verzoek moet tot de curator worden gericht. De curator mag dan geen besluiten nemen die naar hun aard meebrengen dat alleen de onder curatele gestelde daaromtrent naar persoonlijk inzicht en gevoel zou mogen beslissen, maar heeft zich enkel een zakelijk oordeel te vormen over de deugdelijkheid van het verzoek en wat daartegen als verweer is aan te voeren; hij moet de uitkomst van dat onderzoek aan de rechter voorleggen. [25] De lijn van de beschikking van 1980 doortrekkend wordt in de literatuur bepleit dat indien de onder curatele gestelde in staat moet worden geacht zijn bij het echtscheidingsverzoek betrokken belangen te overwegen, niet in te zien valt waarom de curator, optredend voor de onder curatele gestelde als verweerder, zich daaraan niet zou mogen conformeren. [26]