Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
Haviltex-criterium ‘uitsluitend grammaticaal’ moeten worden uitgelegd. In de overeenkomst staat vermeld dat de partneralimentatie zal eindigen ‘op de dag dat de vrouw de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, te weten op 24 mei 2021’. De man stelt zich op standpunt dat de alimentatieplicht op 24 mei 2021 is geëindigd, maar volgens de vrouw is de datum van 24 mei 2021 een verschrijving en was dat ook voor de man kenbaar. Volgens haar is 24 mei 2022 bedoeld, namelijk haar 65-jarige verjaardag (ten tijde van de vaststellingsovereenkomst was 65 jaar de AOW-leeftijd). De vrouw heeft verzocht om verlenging van de alimentatieverplichting. De rechtbank heeft dat verzoek toegewezen, maar in hoger beroep heeft het hof het verzoek afgewezen. In cassatie klaagt de vrouw over de uitleg die het hof aan het beding in de vaststellingsovereenkomst heeft gegeven. Ik meen dat enkele van haar motiveringsklachten doel treffen.
2.Feiten en procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
niet mogelijkom met een bepaling in een overeenkomst de toepasselijkheid van de redelijkheid en billijkheid geheel buiten werking te stellen en kan onder meer het gezichtspunt ‘de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen van een bepaalde voorgestane uitleg’
te allen tijdein de uitleg worden betrokken. (het middel onder 3.12)
DSM/ […](HR 20 februari 2004, ECLI:NL:HR:2004:A01427, NJ 2005/493, m.nt. C.E. du Perron) laat er geen misverstand over bestaan dat dit ook (onverkort) geldt waar een contract of regeling conform de daarvoor geldende uitlegnorm zuiver tekstueel moet worden uitgelegd; ook dan geldt derhalve de eis van een redelijke uitleg.’ [7]
DSM/ […] -arrest gaat
,nu juist niet inhoudt dat ‘zuiver tekstueel’ moet worden uitgelegd. Ook de overgangsfiguur van een toespitsing van de
Haviltex-norm op een geobjectiveerde maatstaf waarover het arrest óók gaat, houdt dat niet in. En dus zegt
DSM/ […]-arrest niet werkelijk iets over het geval dat partijen voor een uitsluitend taalkundige uitleg hebben gekozen. Ook het eerste deel van zijn redenering overtuigt mij niet. Zoals partijen in vrijheid rechten en verplichtingen mogen overeenkomen, zo mogen zij dan ook overeenkomen aan de hand van welke maatstaf de bedingen die die rechten en verplichtingen formuleren, moeten worden uitgelegd. Ik zie geen goede reden waarom de contractsvrijheid juist vóór de uitlegmaatstaf staande zou moeten houden. De keuze voor een bepaalde uitlegmaatstaf is nog niet een uitsluiting van de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid (die is inderdaad niet toegelaten [8] ). En met betrekking tot de aanvullende werking van redelijkheid en billijkheid geldt dat partijen haar terrein kunnen beperken door zoveel mogelijk in kwesties te voorzien, zodat in zoverre geen leemte bestaat die met de aanvullende werking van redelijkheid en billijkheid kan worden opgevuld. Ook dit laatste bevestigt dus het uitgangspunt van de contractsvrijheid. [9]
op zichzelf, maar in plaats daarvan op de betekenis die de bewoordingen hebben indien zij worden gelezen in de context van de gehele uit te leggen bepaling (en van de overeenkomst als geheel), de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen van de ene dan wel andere uitleg en de betekenis van de gebruikte bewoordingen in de (desbetreffende kring van) het maatschappelijk verkeer (het middel onder 3.2).
primaireuitlegnorm zoals op de overeenkomst van toepassing, naar Nederlands recht de wilsvertrouwensleer (art. 3:33 en Pro 3:35 BW), die in de bekende
Haviltex-maatstaf een tweezijdige formulering vindt. Op het eerste gezicht zou men kunnen menen dat het anders is, en dat het beding dat een uitlegmaatstaf bevat, ook zelf aan de hand van de door partijen overeengekomen maatstaf moet worden uitgelegd (wat dus zou betekenen dat een beding volgens welke grammaticale uitleg de norm is, grammaticaal moet worden uitgelegd), maar bij nadere beschouwing is dat even overtuigend als het bekende verhaal van Baron von Münchhausen: hij zou zichzelf met paard en al uit het moeras hebben getild, eenvoudig door stevig aan het staartje van zijn pruik te trekken. Nee, eerst moet aan de hand van de primair toepasselijke uitlegnorm worden bepaald of partijen een andere uitlegnorm zijn overeengekomen dan volgens de wet, en zo ja wat de inhoud van die andere uitlegnorm is. Pas daarna kan die andere uitlegnorm worden toegepast.
Haviltex-maatstaf er zeer wel toe kúnnen leiden dat het volgens die contractuele uitlegnorm niet aankomt op de betekenis van de woorden volgens het woordenboek op zichzelf, en in plaats daarvan op de betekenis die de bewoordingen hebben indien zij worden gelezen in de context van de gehele uit te leggen bepaling en de overeenkomst als geheel, de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen, enzovoort. Dit veronderstelt dan echter de vaststelling dat zó de wederzijdse redelijke verwachtingen van partijen naar aanleiding van het uitlegbeding zijn. Dat het ook zonder die vaststelling geldt, is niet juist.
Haviltex-maatstaf heeft uitgelegd.