ECLI:NL:PHR:2023:499
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof wegens onjuiste weigering overlegging nieuwe stukken door verdachte
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens mishandeling van een ambtenaar tijdens diens rechtmatige bediening, met oplegging van een voorwaardelijke taakstraf en een schadevergoedingsmaatregel. Tijdens het hoger beroep wilde de verdachte bij zijn laatste woord nieuwe stukken overleggen ter ondersteuning van zijn cassatieverweer, waaronder kleurenfoto's ter verduidelijking van de situatie ter plaatse.
Het hof weigerde echter deze stukken toe te laten, stellende dat de indiening te laat was. De verdachte stelde cassatiemiddelen in, waaronder dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had over de bevoegdheid tot overlegging van nieuwe stukken bij het laatste woord, zoals neergelegd in artikel 414 lid 1 tweede Pro volzin Sv.
De Advocaat-Generaal concludeert dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat deze bevoegdheid niet meer bij het laatste woord kan worden uitgeoefend. De beoordeling had moeten plaatsvinden aan de hand van de beginselen van een goede procesorde, waarbij onder meer de aard van de stukken en het stadium van de procedure van belang zijn. Omdat het hof dit niet heeft gedaan en onvoldoende heeft gemotiveerd, slaagt het middel en dient het arrest te worden vernietigd en de zaak terug te worden verwezen voor een nieuwe behandeling.
De overige middelen behoeven geen bespreking. De conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing, conform eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad over artikel 414 lid 1 Sv Pro.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling wegens onjuiste weigering van overlegging nieuwe stukken door de verdachte.