Conclusie
Nummer23/00228 U
Inleiding
Het middel
De officier van justitiedeelt mede dat er geen aanvullingen zijn. De uitlevering is toelaatbaar. Het uitleveringsverzoek van 4 juli 2022 is binnen, de vordering van 12 juli 2022 is ingediend en er is een concrete terugkeergarantie van 2 augustus 2022 voor de opgeëiste persoon afgegeven.
zij het niet als haar taak ziet om de Minister te adviseren over aangelegenheden die buiten de door de tekst van de Uitleveringswet en de toepasselijke verdragen bestreken onderwerpen liggen” onvoldoende, dan wel onvoldoende begrijpelijk op het verzoek van de raadsman respondeert. Daartoe wordt door de steller van het middel aangevoerd dat door de raadsman in zijn pleitnotities uitvoerig aandacht is besteed waarom de rechtbank de Minister van Justitie en Veiligheid in onderhavige zaak zou moeten adviseren. Er is (onder meer) benadrukt dat de opgeëiste persoon zijn Turkse militaire dienstplicht nog niet heeft verricht, dat het voorts niet ongebruikelijk is dat er onvolledige garanties worden verstrekt (met problematische gevolgen in het kader van een eventuele teruglevering) en dat een terugkeergarantie als waarborg behoort te fungeren dat een Nederlander daadwerkelijk wordt teruggeleverd, zoals blijkt uit art. 4 lid 2 Uitleveringswet Pro (hierna: UW).