Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
geencorrosie.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
mededoor de wederzijdse redelijke verwachtingen van verkoper en koper wordt bepaald; in zoverre betreft het dus (ook) een vraag van uitleg van de koopovereenkomst. Als de verkoper wist dat de koper de zaak voor een bepaalde toepassing zou gaan gebruiken, zal die toepassing spoedig als
normaalgebruik kunnen gelden, anders dan indien het voorgenomen gebruik bij de verkoper onbekend was. In het laatste geval komt het voor de vraag of het gebruik niettemin als ‘normaal’ kan gelden, in sterkere mate aan op de hiervoor bedoelde maatschappelijke patronen. En heeft de verkoper zelf de zaak aangeduid als voor een bepaald gebruik geschikt of juist voor dat gebruik aangeboden, dan zal hij in redelijkheid niet staande kunnen houden dat dit gebruik toch niet als ‘normaal’ gebruik van de zaak kan gelden. Mijns inziens is het contra-intuïtief om steeds een strikt onderscheid te hanteren tussen een objectief te bepalen normaal gebruik en de redelijke wederzijdse verwachtingen van de partijen in het individuele geval. Waar uiteindelijk de inhoud van de koopovereenkomst door uitleg volgens de
Haviltex-maatstaf wordt bepaald, is het alleszins begrijpelijk dat partijen in het processuele debat over wat wel of niet onder normaal gebruik valt, reeds naar de omstandigheden van hun individuele overeenkomst zullen verwijzen en dat de rechter bij dat aldus ingestoken debat aansluit. [12]
afgeleverdezaak moet aan de overeenkomst beantwoorden.’
uitgaande van normaal gebruik). Als ik het goed zie, richt het cassatiemiddel tegen deze oordelen geen klachten.
feitelijkezin, vergelijk hierna) voor kweektafels in een kweekkas geschikt zijn (rechtsoverweging 4.8, vierde zin). Eveneens met de deskundige gaat het hof er echter ook van uit dat randvoorwaarden bij het gebruik van de zijpanelen gelden wat betreft de zuurtegraad (pH-waarde) en de hoeveelheid voedingsstoffen (EC-waarde) in de grond of het daaraan toegevoegde water, waaraan de zijprofielen worden blootgesteld (rechtsoverweging 4.9, eerste zin). Dit dunkt mij in de gedachtegang van het hof een belangrijke stap. [verkoper] heeft niet aangevoerd dat zij enige randvoorwaarde voor het gebruik met Breier heeft gecommuniceerd. Aldus zijn in
juridischezin de zijprofielen niet geschikt voor
allenormaal gebruik, zonder dat koper dit behoefde te begrijpen en verwachten. Waaraan bij de bedoelde randvoorwaarden bijvoorbeeld moet worden gedacht, blijkt uit het antwoord van de deskundige op vraag 2 (hiervoor 2.5 geciteerd): het kan nodig zijn dat aan de binnenzijde van de kweektafel, op de plaats waar de aarde in contact komt met het aluminium van de zijprofielen, een plastic beschermingsfolie wordt aangebracht.
allenormaal gebruik, want onder bepaalde gebruiksomstandigheden aan niet met de koper gecommuniceerde randvoorwaarden onderworpen, reeds daarom non-conform zijn, maar ook als we zo het arrest van het hof zouden lezen, zijn we er nog niet. De subsidiaire, door het hof toegewezen vordering van Breier strekt tot schadevergoeding. Die vordering veronderstelt dus dat Breier als gevolg van de non-conformiteit schade heeft geleden. Zou Breier de zijprofielen hebben gebruikt onder omstandigheden die de bedoelde randvoorwaarden niet activeerden, dan zou zij in het geheel geen schade hebben geleden. Dat is evident anders, daarom is een andere nadere nuance belangrijker: zou Breier de zijprofielen hebben gebruikt op een wijze die
nietonder het normaal gebruik ervan kan worden begrepen, en zou als gevolg daarvan de putcorrosie zijn opgetreden, dan bestaat tussen de non-conformiteit en de schade geen causaal verband.
mogelijkeoorzaak van de putcorrosie aan de orde. Vervolgens beslist het hof het debat over de schadeoorzaak op andere wijze. Het hof laat de exacte oorzaak in het midden en doet de zaak af op de motiveringsplicht van [verkoper] . Waar de door Breier uiteengezette en door de deskundige ampel besproken gebruikscondities vallen binnen normaal (‘gewoon’) gebruik en op niet-normaal gebruik niets wijst, terwijl de zijprofielen reeds na vierenhalf jaar (heuse) gaten vertonen, kon [verkoper] volgens het hof niet volstaan met vage en ongefundeerde suggesties voor oorzaken die
buitennormaal gebruik vallen, maar behoorde zij (concrete) feiten en omstandigheden te benoemen. Dit komt er dus op neer dat, hoewel de exacte schadeoorzaak in het midden blijft, volgens het hof ervan moet worden uitgegaan dat de schade bij normaal gebruik is ontstaan. Bij die stand leidt het hof vervolgens de non-conformiteit en het causaal verband eenvoudig af uit de ingetreden schade. Dit komt dus erop neer dat volgens het hof alsnog indirect is bewezen hetgeen waarvoor volgens het hof direct bewijs ontbreekt. [15] Dit alles behoort geheel en al tot het domein van de rechter die over de feiten oordeelt, die in de waardering van het bewijs vrij is (art. 152 lid 2 Rv Pro). Onbegrijpelijk is het oordeel van het hof mijns inziens niet.
eenoorzaak daarvoor die met de non-conformiteit in causaal verband staat.
a fortiorivoor de verkoper die, zoals [verkoper] , het product zelf heeft ontworpen en vervaardigd. Voor de toerekening naar verkeersopvatting dunkt mij bovendien de aard van de non-conformiteit van belang. Die bestaat hier niet in een onverwacht, verborgen, incidenteel gebrek in de afgeleverde zaak (intussen is ook die volgens het voorgaande
in beginselvoor rekening van de verkoper), maar in de omstandigheid dat de verkoper de koper ten onrechte niet heeft gewezen op onder bepaalde gebruiksomstandigheden in acht te nemen randvoorwaarden. Mijns inziens kan er in redelijkheid geen twijfel over bestaan dat een zodanige tekortkoming naar verkeersopvattingen voor rekening van de verkoper komt.