Uitspraak
bRv. te voldoen aan de Griffier.
9 januari 1998.
Hoge Raad
In deze zaak kocht Huberts een jonge rashond van Brok, waarbij later heupdysplasie werd vastgesteld, een erfelijke afwijking die de bewegingsvrijheid van de hond ernstig beperkte. Huberts vorderde vergoeding van de kosten van medische behandelingen en operaties wegens dit verborgen gebrek.
De rechtbank oordeelde dat de hond al bij aflevering aan het gebrek leed en dat Brok als verkoper tekortgeschoten was in de nakoming van de overeenkomst. Tevens werd geoordeeld dat Huberts niet tekort was geschoten in zijn schadebeperkingsplicht door de hond te laten opereren.
De Hoge Raad stelde echter vast dat de rechtbank onterecht voorbijging aan het verweer van Brok dat de tekortkoming haar niet kon worden toegerekend, zoals vereist op grond van artikel 6:74 lid 1 en Pro 6:75 BW. Ook kon het beroep op de schadebeperkingsplicht niet voor het eerst in cassatie worden aangevoerd omdat dit feitelijke beoordeling vergt.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het vonnis en verwees de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling en beslissing. Tevens werd Huberts veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het arrest vernietigt het vonnis en verwijst de zaak naar het hof voor verdere behandeling en beslissing.