Conclusie
Nummer21/02302 P
eerstemiddel bevat de klacht dat het oordeel van het hof dat bij de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel rekening dient te worden gehouden met inbeslaggenomen facturen ter hoogte van € 16.670,- onbegrijpelijk en/of ontoereikend is gemotiveerd, omdat ten onrechte bedragen van € 1.541,- en € 1.998,- niet in mindering zijn gebracht.
Schatting van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel
Verschil (wederrechtelijk verkregen voordeel):€ 93.817,-
aststelling van het voordeel
€ 65.951,-
€ 45.605,-
€ 16.670.-
Verschil (wederrechtelijk verkregen voordeel = € 989,- -/- € 65.951): € 64.962’
tweedemiddel bevat de klacht dat het vereiste van berechting binnen een redelijke termijn, in het bijzonder de inzendingstermijn in cassatie, is geschonden.