Conclusie
verzoekster tot cassatie,
advocaat: mr. G.E.M. Later,
verweerder in cassatie,
niet verschenen.
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
- Toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- Beperken van de bewegingsvrijheid;
- Onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- Controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- Opnemen in een accommodatie.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Onderdeel Iziet op de stoornis.
Onderdeel IIheeft betrekking op het ernstig nadeel en het wilsbekwaam verzet.
Onderdeel IIIwijst op de criteria voor verplichte zorg als bedoeld in art. 3:3 Wvggz Pro en de wensen en voorkeuren van betrokkene.
niet zeer veelmanische kenmerken’ zijn maar bij eerdere beoordelingen zeer duidelijke ontremmingen en dysforie. De psychiater heeft daarbij nog aangegeven dat nu “er een duidelijke knik is in de toestand van betrokkene” een “hypomane ontregeling zeer waarschijnlijk” is. Ook de zorgverantwoordelijke heeft aangegeven in rubriek 3a dat er sprake is van een manisch toestandsbeeld.
true mental disorder’zoals volgt uit art. 5 EVRM Pro. Het is mogelijk dat een psychiater en vervolgens de rechter vaststelt dát sprake is van een psychische stoornis, maar er nog twijfels zijn over de juiste classificatie van die stoornis. De memorie van toelichting op het oorspronkelijke wetsvoorstel voor de Wvggz (waar de medische verklaring was geregeld in het toen voorgestelde artikel 5:6), vermeldt hierover:
true mental disorderis vastgesteld, de psychiatrische kwalificatie daarvan (de diagnose) niet behoeft vast te staan om de vrijheidsbeneming te kunnen rechtvaardigen. De essentie van art. 5, lid 1 EVRM is de bescherming tegen willekeurige vrijheidsbeneming. [6] De juiste diagnose kan wel van belang zijn voor de vraag, welke psychiatrische behandeling (bijvoorbeeld: welke medicatie) zal worden ingezet. In de onderhavige zaak is over de diagnose bipolaire I stoornis echter geen twijfel. Het oordeel van de rechtbank dat betrokkene last heeft van een psychische stoornis in de vorm van een bipolaire I stoornis met een (hypo)manische periode is dan ook niet onjuist of onbegrijpelijk. Uit de medische verklaring heeft de rechtbank kunnen opmaken dat bij betrokkene sprake is van deze stoornis. Het onderdeel faalt in zoverre dan ook.
a. de betrokkene niet tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is, of
b. acuut levensgevaar voor de betrokkene dreigt dan wel er een aanzienlijk risico voor een ander is op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische, materiële, immateriële of financiële schade, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang, of om ernstig in zijn ontwikkeling te worden geschaad, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. [7] Deze bepaling geldt ook voor de beoordeling of een zorgmachtiging moet worden afgegeven. [8]