ECLI:NL:PHR:2023:727

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
5 september 2023
Publicatiedatum
23 augustus 2023
Zaaknummer
22/01444
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14c lid 2 SrArt. 2 onder C OpiumwetArt. 1 Wet op de identificatieplicht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging bijzondere voorwaarde klinische opname bij voorwaardelijke gevangenisstraf

De verdachte is door het gerechtshof Den Haag veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met algemene en bijzondere voorwaarden, waaronder een klinische opname als bijzondere voorwaarde. Het hof liet de beslissing over de noodzaak en duur van deze opname over aan de reclassering en de indicerende instantie.

De advocaat-generaal bij de Hoge Raad concludeert dat deze bijzondere voorwaarde in strijd is met artikel 14c lid 2, aanhef en onder 10º, van het Wetboek van Strafrecht, omdat de beslissing over opname uitsluitend aan de rechter toekomt. De opname brengt immers vrijheidsbeneming met zich mee, waardoor rechterlijke toetsing noodzakelijk is.

De conclusie adviseert de Hoge Raad de opgelegde bijzondere voorwaarde te vernietigen en het beroep voor het overige te verwerpen. De zaak kan door de Hoge Raad zelf worden afgedaan. De conclusie verwijst naar eerdere jurisprudentie die deze uitleg bevestigt.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de bijzondere voorwaarde die de beslissing over klinische opname aan de reclassering overlaat.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer22/01444
Zitting5 september 2023

CONCLUSIE

A.E. Harteveld
In de zaak
[verdachte 2] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,
hierna: de verdachte
De verdachte is bij arrest van 7 april 2022 door het gerechtshof Den Haag wegens "opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod", veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden, met algemene en bijzondere voorwaarden als nader omschreven. Voorts zijn beslissingen genomen omtrent het beslag en de vordering tot tenuitvoerlegging.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en A.M.J. Comans, advocaat te Utrecht, heeft een middel van cassatie voorgesteld.
Het middel
3.1
Het middel klaagt dat het hof de beslissing of zich de noodzaak voordoet van opneming van verdachte in een zorginstelling en voor welke duur aan de reclassering/ [A] /de voor indicatie verantwoordelijke instantie heeft gelaten.
3.2
Het dictum van het hof in de bestreden uitspraak luidt, voor zover voor de beoordeling van belang, als volgt:
“Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.
(…)
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren:
- aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden, of
- geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel
- de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde:
- verplicht is zich gedurende de proeftijd te melden bij [B] reclassering op het adres [a-straat 1] te [plaats] , zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;
- zich gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de reclassering in overleg met de zorgverlener
verantwoord vindt, zal laten behandelen door [A] GGZ of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, waarbij de behandeling aansluitend zal starten aan de klinische opname. De veroordeelde dient zich te houden aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling, waarbij het innemen van medicijnen onderdeel kan zijn van die behandeling. De reclassering kan een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende klinische opname voor detoxificatie of stabilisatie. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, dan dient de veroordeelde zich te laten opnemen in een zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De
kortdurende klinische opname duurt maximaal zeven (7) weken, of zoveel korter als de reclassering in overleg met de zorginstelling verantwoord vindt.
Geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.”
3.3
In het ook door de steller genoemde arrest van 12 juli 2022, ECLI:NL:HR:2022:1027, NJ 2022/363 inzake een soortgelijke voorwaarde in het kader van een voorwaardelijke veroordeling als bedoeld in art. 14a e.v. Sr tot tijdelijke opname ingeval van een crisissituatie overwoog de Hoge Raad:
“2.3 Artikel 14c lid 2, aanhef en onder 10º, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) luidt:
“Bij toepassing van artikel 14a kunnen voorts de volgende bijzondere voorwaarden worden gesteld, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd, of een bij de veroordeling te bepalen gedeelte daarvan, dan wel binnen een door de rechter te bepalen termijn, ten hoogste gelijk aan de proeftijd, heeft te voldoen
(...)
10°. opneming van de veroordeelde in een zorginstelling (...).”
2.4.1
Op grond van artikel 14c lid 2, aanhef en onder 10º, Sr kan als bijzondere voorwaarde bij een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf de opneming van de veroordeelde in een zorginstelling worden gesteld. De beslissing of zich de noodzaak voordoet van opneming van de veroordeelde in een zorginstelling en voor welke duur, is voorbehouden aan de rechter (vgl. HR 19 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:946).
2.4.2
Gelet hierop is de door het hof opgelegde bijzondere voorwaarde, voor zover deze de beslissing of de verdachte zich gedurende de proeftijd onder klinische behandeling moet stellen, in handen legt van Reclassering Nederland, de voor indicatie verantwoordelijke instantie en/of de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing, onverenigbaar met artikel 14c lid 2, aanhef en onder 10º, Sr.”
3.4
De door het hof opgelegde voorwaarde is, hoewel begrijpelijk gelet op het reclasseringsadvies, net als in het aangehaalde arrest van de Hoge Raad in strijd met de wet, omdat art. 14c lid 2, aanhef en onder 10º inhoudt dat uitsluitend de rechter bevoegd is om te bepalen of een opname noodzakelijk is, ook in het geval van een kortdurende opname, zoals ter detoxificatie. [1] De opname brengt immers vrijheidsbeneming met zich mee, waardoor een rechterlijke toetsing niet kan worden gemist.
3.5
Het middel slaagt. De Hoge Raad kan de zaak zelf afdoen en de voorwaarde vernietigen. [2]
4. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het arrest doch uitsluitend voor zover het deze voorwaarde betreft en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Voetnoten

1.Vgl. ook de conclusie van mijn voormalig ambtgenoot Vegter in zijn conclusie van 16 mei 2023, ECLI:NL:PHR:2023:489. De Hoge Raad heeft op 27 juni 2023 uitspraak gedaan, maar zag geen aanleiding om dit punt ambtshalve te onderzoeken en beoordelen (ECLI:NL:HR:2023:921).
2.Vgl. wat die uitkomst betreft eveneens HR 12 juli 2022, ECLI:NL:HR:2022:1027, NJ 2022/363. Zou de Hoge Raad de zaak terugwijzen om de straf (en/of maatregel) opnieuw te laten beoordelen door het hof, dan is er een risico voor de verdachte dat de straf geheel anders kan uitvallen.