ECLI:NL:PHR:2023:730
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling oplegging TBS na weigering medewerking onderzoek Pieter Baan Centrum
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens bedreiging, mishandeling en vernieling, waarbij voor het bewezen verklaarde bedreigen een TBS-maatregel werd opgelegd. De verdachte weigerde mee te werken aan het onderzoek in het Pieter Baan Centrum (PBC), waarop het hof de TBS-maatregel oplegde zonder een ongemaximeerde duur. De verdachte stelde cassatie in en klaagde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de TBS werd opgelegd, met name omdat het hof niet expliciet de reden van weigering tot medewerking had vastgesteld.
Het hof baseerde zijn oordeel op het PBC-rapport, waarin gedragsdeskundigen aangaven dat verdachte niet meewerkte, maar dat er sprake was van een ernstige psychische stoornis met agressieproblemen en een hoog recidiverisico. De reclassering bevestigde het hoge risico en het gebrek aan behandelmotivatie, waardoor alleen TBS een passende maatregel was. Het hof concludeerde dat de TBS-maatregel passend en geboden was, maar gemaximeerd tot vier jaar omdat de bedreiging geen geweldsmisdrijf in de zin van artikel 38e Sr was.
De Hoge Raad oordeelde dat het ontbreken van een expliciete vaststelling van de reden van weigering in het arrest niet betekent dat het hof een belangrijke overweging buiten beschouwing had gelaten. Het hof had immers kennisgenomen van het PBC-rapport en de verdachte gehoord over zijn weigering. Ook was het oordeel over wenselijkheid en noodzakelijkheid van de TBS grotendeels gebaseerd op het advies van de reclassering. De conclusie van de procureur-generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de oplegging van een gemaximeerde TBS-maatregel.