ECLI:NL:PHR:2023:763
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken deelneming voortzetting verboden organisatie door dragen clubkleding
De zaak betreft de vraag of het dragen van kleding met het logo van een verboden organisatie, de Bandidos Motorcycle Club Holland, strafbaar is als deelneming aan de voortzetting van de werkzaamheid van die organisatie. De verdachte droeg op 21 april 2021 bij de ingang van een gerechtsgebouw een baseballpet, T-shirt en heuptasje met Bandidos-opdrukken. Het hof sprak hem vrij omdat het enkel lopen met dergelijke kleding geen gedraging is die ten dienste staat aan het voortbestaan van de verboden organisatie.
De civielrechtelijke verbodenverklaring van BMC Holland is uitgebreid besproken, waarbij de organisatie wordt gekenmerkt door een cultuur van geweld en wetteloosheid. De wetgeving omtrent artikel 140 lid 2 Sr Pro is geanalyseerd, waarbij de wetgever een ruime uitleg geeft aan het begrip 'voortzetting van de werkzaamheid', waaronder diverse gedragingen vallen die het voortbestaan van de organisatie ondersteunen.
De conclusie van de advocaat-generaal is dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het dragen van de clubkleding, juist in de context van een zitting tegen andere leden, niet als voortzetting van de verboden organisatie kan worden aangemerkt. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor een nieuwe beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.