ECLI:NL:PHR:2023:77
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring openlijke geweldpleging en verwerpt beroep op noodweer
De zaak betreft een arrest van de Hoge Raad over een verdachte die werd veroordeeld voor openlijk in vereniging geweld plegen tegen een persoon in Nijmegen op 20 juli 2018. De verdachte gaf volgens het hof een stomp met de vuist tegen het hoofd van het slachtoffer, waarna het slachtoffer ten val kwam en werd geschopt door een medeverdachte. De verdediging stelde dat verdachte slechts een duw gaf om de vechtpartij te beëindigen en voerde noodweer aan.
De Hoge Raad bespreekt drie middelen van cassatie. Het tweede middel klaagt over onvoldoende motivering van de bewezenverklaring, maar de Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht op basis van getuigenverklaringen heeft vastgesteld dat verdachte actief deelnam aan het geweld. Het derde middel betreft het beroep op noodweer, dat door het hof terecht is verworpen omdat de gedraging van verdachte als aanvallend moet worden gezien en niet als noodzakelijke verdediging.
Het eerste middel klaagt over overschrijding van de inzendtermijn in cassatie. De Hoge Raad constateert dat de redelijke termijn is overschreden, maar dit leidt niet tot vernietiging van het arrest. De overige middelen falen, en de Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep. De straf van 60 dagen gevangenisstraf, waarvan 57 voorwaardelijk, en een taakstraf blijft in stand.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatie en bevestigt bewezenverklaring en verwerping beroep op noodweer.