Conclusie
[eiser]respectievelijk
[verweerder].
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten
hof).
Beschrijving van het onderzoek:
Lichamelijk onderzoek
Uitspraak omtrent mate van medisch handicap
GEMATIGD
05-R
31-10-2024
niet mogelijk om te bepalen
04-09-2019”
MAB) op 1 december 2020 een medisch advies uitgebracht (productie 1 bij memorie van grieven), gebaseerd op de hiervoor vermelde medische informatie. De medisch adviseur schrijft in dat advies onder meer het volgende:
3.Procesverloop
In eerste aanleg
rechtbank) die voor recht verklaarde dat [verweerder] jegens [eiser] aansprakelijk is voor de helft van de door [eiser] geleden schade als gevolg van het ongeval op 30 september 2017. Voorts veroordeelde de rechtbank [verweerder] tot vergoeding aan [eiser] van die schade, op te maken bij staat. Tegen dit vonnis is geen hoger beroep ingesteld.
vonnis) heeft de rechtbank [verweerder] , uitvoerbaar bij voorraad, veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 4.450,--, te vermeerderen met wettelijke rente over € 450,-- met ingang van 1 januari 2018, over € 3.500,-- met ingang van 1 april 2018, en over € 500,-- met ingang van 30 september 2017. De proceskosten heeft de rechtbank gecompenseerd. De rechtbank overwoog in dit verband onder meer dat [eiser] onvoldoende heeft onderbouwd dat na maart 2018 sprake is geweest van behandelingen en relevante beperkingen als gevolg van het letsel dat [eiser] door het ongeval opliep (r.o. 4.8). De diverse schadeposten van [eiser] heeft de rechtbank onder meer beoordeeld aan de hand van deze temporele reikwijdte.
arrest), waarin het hof het vonnis heeft bekrachtigd en [eiser] , uitvoerbaar bij voorraad, heeft veroordeeld in de proceskosten in appel.
Gestelde (relevante) beperkingen na maart 2018 onvoldoende onderbouwd
een aanzienlijke functiebeperking van het ellebooggewricht” – op basis van het bericht van de arts orthopeed-traumatoloog [betrokkene 3] van 7 maart 2020 en dus niet op basis van recente medische informatie, noch op basis van eigen onderzoek door de medisch adviseur, althans het tegendeel is gesteld noch gebleken – maar de medisch adviseur geeft niet aan wat dat voor [eiser] in het dagelijks leven concreet betekende of betekent. Dat klemt temeer omdat [eiser] (onder meer) schade vordert in verband met (beweerdelijk) verlies aan arbeidsvermogen en nu hij stelt dat hij schade lijdt omdat hij niet, althans nog maar beperkt in staat zou zijn om huishoudelijke werkzaamheden en klussen aan en rond zijn woning in Polen te verrichten. Niet voor niets oordeelt de rechtbank terecht naar het oordeel van het hof dat onvoldoende feitelijke houvast bestaat om aan te nemen dat sinds de laatste behandeling van [eiser] op 23 maart 2018 sprake was van 'relevante' beperkingen als gevolg van het ongeval.
In deze casus, zelfs na het behandelen van pseudoartrose, zal de functie van de elleboog matig blijven.” en “
Ja, het is te verwachten dat de betrokkene een blijvende invaliditeit zal hebben als gevolg van hel letsel aan de rechter elleboog”), maar de medisch adviseur heeft het te verwachten percentage blijvende invaliditeit in dit concrete geval niet kunnen berekenen en uit het medisch advies wordt (ook op dit punt) niet duidelijk welke concrete (en relevante) beperkingen deze blijvende invaliditeit voor [eiser] in de praktijk zou opleveren. Ook schrijft de medisch adviseur op pagina 6 van het medisch advies: “
Mijn advies zou zijn om eerst de plaat te laten verwijderen. Hierna kan adequaat worden onderzocht of de fractuur daadwerkelijk niet vastgegroeid is”. Dat impliceert dat, anders dan [eiser] stelt, op basis van het medisch advies van het MAB geen conclusies kunnen worden getrokken wat betreft een eventuele blijvende invaliditeit van [eiser] .
4.Bespreking van het cassatiemiddel
er wel enige functiebeperking zal blijven”. In zijn bericht van 17 oktober 2018 [15] (zie onder 2.1.3 hiervoor) voegt hij hier, na het laatste poliklinische bezoek in maart 2018, aan toe dat “
het redelijk [gaat] met de elleboog, maar hij wel wat gevoelig [blijft].” Alsmede: “
De functie toont een extensiebeperking van zo’n 25 tot 30 graden[…].” Dat is een aanwijzing dat in maart 2018 in ieder geval nog sprake was van beperkingen.
College). Uit de uitspraak van dit College van 2 oktober 2019 [16] (zie ook onder 2.1.6 hiervoor) volgt dat, zoals het hof ook aanhaalt in r.o. 6.12, dus na maart 2018 sprake is van een gematigde handicap. Verder oordeelt het College het volgende:
1.Aangepast werk – slechts onder omstandigheden van beschut werk
vereist
aanbevolen
geen kenmerken van het aaneengroeien” (zie ook onder 2.1.4 hierboven). Deze vaststelling wordt bevestigd in het bericht van orthopeed-traumatoloog [betrokkene 3] .
een buigcontractuur in het rechterellebooggewricht met pijn bij de uiterste stand van de bewegingen van pronatie alsmede supinatie van de onderarm, met een bewegingsbeperking van circa 30% met pathologisch verspringen in het ellebooggewricht” (zie ook onder 2.1.5 hiervoor). Verder bevestigt [betrokkene 3] , zoals gezegd in navolging van [betrokkene 2] , dat (nog) geen sprake is van het aaneengroeien van de fractuur in de arm. [betrokkene 3] legt in zijn bericht daarnaast een verband met het ongeval. [20] Dit zijn aanwijzingen voor in februari 2020 nog bestaande beperkingen.
“noodzaak van voorziening van orthopedische voorwerpen, hulpmiddelen en technische hulp”. De orthopedische klachten waarmee [eiser] bekend is sinds het ongeval en het bericht van [betrokkene 3] (dat dateert van na de uitspraak van het College) dat deze klachten bevestigt en een verband legt met het ongeval, wijzen er niettemin op dat de door het College vastgestelde matige handicap en noodzaak van aangepast werk gerelateerd kunnen worden aan het ongeval. Tot slot wijs ik erop dat de medisch adviseur van het MAB uit de beschikbare gegevens, die (ook) betrekking hebben op de periode na maart 2018, concludeert dat er een causaal verband bestaat tussen het ongeval, het daaropvolgende ernstige letsel en de voortdurende klachten. Dat het advies van het MAB is gebaseerd op oudere medische informatie is mijns inziens niet concludent voor afwijzing van de vordering voor zover die betrekking heeft op schade door na maart 2018 bestaande klachten. Hoewel het advies geen uitsluitsel biedt over het ten tijde van dat advies nog bestaan van klachten en beperkingen, is het wel gebaseerd op medische informatie van na maart 2018 die wijst op daarna nog bestaande klachten en beperkingen.
Mijn advies zou zijn om eerst de plaat te laten verwijderen. Hierna kan adequaat worden onderzocht of de fractuur daadwerkelijk niet vastgegroeid is”. Hieruit volgt dat de beschikbare medische informatie geen betrouwbaar beeld geeft van de bestaande medische situatie, aldus [verweerder] . [33] Voor zover nu nog sprake is van klachten, is dit volgens [verweerder] te wijten aan [eiser] verzuim zich te laten behandelen. [34] Al met al kan op basis van de stukken geen betrouwbaar beeld worden geschetst van huidige klachten en beperkingen en evenmin kan een causaal verband met het ongeval worden gelegd, [35] aldus nog steeds [verweerder] .