Conclusie
1.Het cassatieberoep
Aantekening mondeling vonnis, proces-verbaal terechtzitting in eerste aanleg en aantekening mondeling arrest
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door de politierechter veroordeeld tot zes dagen gevangenisstraf wegens schuldheling van een fiets. Het hof Amsterdam bevestigde dit vonnis in hoger beroep. De verdediging stelde in cassatie dat het hof onvoldoende gemotiveerd had waarom het het uitdrukkelijk onderbouwde verweer van de verdachte verwierp, omdat noch het vonnis noch het arrest de inhoud van de bewijsmiddelen bevatten.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof conform de Regeling aantekening mondeling vonnis en mondeling arrest heeft gehandeld door te verwijzen naar het proces-verbaal van de terechtzitting en andere processtukken. Deze verwijzing biedt voldoende inzicht in de gronden voor de bewezenverklaring en de verwerping van het verweer.
De verdachte had betoogd dat hij de fiets slechts had geleend van onbekenden en niet wist dat deze gestolen was. Het hof nam echter het standpunt over dat het slot van de fiets verbroken was en er geen sleutel aanwezig was, waardoor de verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een gestolen goed betrof.
De Hoge Raad concludeerde dat het middel faalt omdat uit de processtukken voldoende blijkt waarom het hof van het verweer is afgeweken en dat de verdachte niet in zijn verdediging is geschaad. Er zijn geen gronden voor vernietiging van het arrest. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens schuldheling van een fiets wordt bevestigd.