ECLI:NL:HR:2007:BA5624
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beslissing vergoeding immateriële schade in zaak TBS en doodslag
In deze strafzaak werd de verdachte veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met dwangverpleging wegens doodslag en poging tot verkrachting. Psychiatrische rapporten stelden een persoonlijkheidsstoornis vast met narcistische en antisociale trekken, en een reëel recidivegevaar zonder behandeling. De verdediging voerde aan dat het delict voortkwam uit een unieke, ongelukkige samenloop van omstandigheden en betwistte de indicatie voor TBS.
Het hof volgde de deskundigen die een verminderd toerekeningsvatbare verdachte en noodzaak tot intramurale behandeling zagen. De vordering van de benadeelde partij voor immateriële schadevergoeding wegens shockschade werd deels toegewezen, maar het hof oordeelde dat voor het overige deel een nadere psychiatrische rapportage nodig was.
De Hoge Raad vernietigt echter dit deel van de uitspraak omdat het hof onvoldoende heeft onderzocht of het vereiste psychiatrische ziektebeeld voor immateriële schadevergoeding aanwezig is. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering. Het overige beroep van de verdachte wordt verworpen. De Hoge Raad bevestigt dat het hof voldoende gemotiveerd heeft waarom het afweek van het standpunt van de verdediging omtrent TBS.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het deel van het arrest over immateriële schadevergoeding en verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk; de straf en TBS-maatregel blijven in stand.