Conclusie
Deltaborgh Investments B.V.
Aqua Twente B.V.,
Vitens N.V.,
F.C. Twente Stadion B.V.,
1.Inleiding en samenvatting
het verwijzingsarrest) het eerste cassatieberoep gegrond verklaarde. [1]
Vitens) aan eiseressen (hierna:
Deltaborghresp.
Aqua Twente) geleverde drinkwaterleidingen ten onrechte heeft toegewezen op de grondslag dat er meer is geleverd dan was overeengekomen, terwijl slechts nog een op dwaling gebaseerde vernietigingsvordering voorlag. Dit is volgens de procesinleiding in strijd met de rechtsstrijd na cassatie en verwijzing, dan wel het gezag van gewijsde van beslissingen die besloten liggen in onbestreden oordelen van de rechtbank in eerste aanleg. Reeds de klachten ten aanzien van de rechtsstrijd na cassatie en verwijzing slagen naar mijn mening. Bij deze stand van zaken behoeven de overige onderdelen geen behandeling.
2.Feiten en procesverloop
het verwijzingshof) in rov. 2.1 van zijn arrest van 23 augustus 2022 (hierna:
het bestreden arrest) [2] :
de watercentrale). De percelen liggen in de nabijheid van het voetbalstadion van FC Twente Stadion B.V. (hierna:
FC Twente) in Enschede. Vitens was ook eigenaar van een waterleidingnetwerk, dat in verbinding stond met de watercentrale.
netwerkregistratie) [3] houdt onder meer in dat het netwerk bestaat uit waterleidingen die dienen voor het transport en de distributie van industriewater. Het netwerk is weergegeven op door of namens Vitens gemaakte netwerktekeningen, die met de verklaring zijn ingeschreven in de openbare registers. Op de netwerktekeningen staan ook waterleidingen die Vitens gebruikte voor transport van drinkwater.
B.I.C.)) en Deltaborgh een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot het grasland, de watercentrale en het waterleidingnetwerk (hierna:
de koopovereenkomst). [4]
Deltaborgh c.s.) – na wijziging van eis [7] en voor zover in cassatie van belang – gevorderd:
primair(a) verklaringen voor recht dat alleen de industriewaterleidingen zijn overgedragen en (b) veroordeling van Deltaborgh c.s. tot verlening van medewerking aan rectificatie van de netwerkregistratieakte met bijbehorende netwerktekeningen en van de twee leveringsakten, en
subsidiair(a) gedeeltelijke vernietiging van de koopovereenkomst wegens dwaling en (b) veroordeling van Deltaborgh c.s. tot verlening van medewerking aan teruglevering van de andere leidingen dan industriewaterleidingen. [8]
het tussenvonnis) [11] heeft de rechtbank Overijssel geoordeeld dat de bewoordingen van de notariële leveringsakte van 22 december 2011 geen aanknopingspunten bevatten voor een uitleg van die akte in de door Vitens bepleite zin, zodat de hierboven onder 2.2 als
primair sub (a)weergegeven vorderingen tot verklaring voor recht moeten worden afgewezen (rov. 5.1-5.9). Voor de toewijsbaarheid van de hierboven onder 2.2 als
primair sub (b)weergegeven rectificatievordering acht de rechtbank het nodig om vast te stellen of er door de registratie van de leveringsakte iets anders is overgedragen dan partijen bij de koopovereenkomst hadden verkocht, respectievelijk gekocht (rov. 5.10). Vitens stelt dat alleen de waterleidingen zijn verkocht die zij ten tijde van de koopovereenkomst gebruikte voor industriewater (rov. 5.11), terwijl Deltaborgh c.s. stelt dat alle op de geregistreerde tekening vermelde leidingen zijn verkocht (rov. 5.12). Volgens de rechtbank heeft Vitens dit geschilpunt ook ten grondslag gelegd aan haar subsidiaire vordering, die strekt tot gedeeltelijke vernietiging wegens dwaling – namelijk voor zover het verkochte ook andere dan industriewaterleidingen omvat –, met veroordeling tot teruglevering van de andere leidingen dan industriewaterleidingen (rov. 5.13). De rechtbank heeft vervolgens het beroep van Vitens op dwaling beoordeeld en is tot het oordeel gekomen dat Vitens ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst een onjuiste voorstelling had omtrent hetgeen het door haar te koop aangeboden geregistreerde netwerk omvatte, zodat haar beroep op dwaling gerechtvaardigd is (rov. 5.14-5.21). De rechtbank heeft het beroep op bescherming van Aqua Twente op de voet van art. 3:88 lid 1 BW Pro afgewezen wegens een titelgebrek bestaande in de uit te spreken gedeeltelijke vernietiging van de koopovereenkomst tussen Vitens en Deltaborgh (rov. 5.22-5.23). De rechtbank heeft overwogen voornemens te zijn om, na de vaststelling van de samenstelling en de omvang van het waterleidingnetwerk dat Vitens ten tijde van de verkoop gebruikte voor industriewater, de op dwaling gebaseerde
subsidiairevordering toe te wijzen, met inbegrip van de veroordeling tot medewerking aan de teruglevering van de waterleidingen die ten tijde van het sluiten van de overeenkomst bij Vitens in gebruik waren als drinkwaterleidingen (rov. 5.24). Zij heeft de zaak naar de rol verwezen teneinde Vitens in de gelegenheid te stellen om bij akte correct aangepaste tekeningen in het geding te brengen en iedere verdere beslissing aangehouden (rov. 5.25-5.26, 6.1-6.2). [12]
het eindvonnis) [14] heeft de rechtbank na heroverweging de motivering van de afwijzing van het beroep van Deltaborgh c.s. op art. 3:88 BW Pro ten behoeve van Aqua Twente aangepast in die zin dat zij thans Aqua Twente niet te goeder trouw acht (rov. 2.2-2.9). Daaruit volgt, aldus de rechtbank, dat de ten onrechte via Deltaborgh aan Aqua Twente geleverde leidingen door hen aan Vitens moeten worden teruggeleverd, zoals Vitens vordert en zoals de rechtbank reeds heeft overwogen en beslist in rov. 5.24 e.v. van het tussenvonnis [15] (rov. 2.10). Daarbij neemt zij de door Vitens als producties 13 en 14 overgelegde tekeningen tot uitgangspunt (rov. 2.11-2.17).
het hof voor verwijzing), en heeft geconcludeerd tot het vernietigen van deze vonnissen en het alsnog afwijzen van de vorderingen van Vitens, met haar veroordeling in de kosten.
De in cassatie (meest) relevante grieven hebben betrekking op het (gehonoreerde) beroep van Vitens op dwaling (
grieven 2 en 3) en het (verworpen) beroep van Deltaborgh c.s. op de bescherming van art. 3:88 lid 1 BW Pro (
grief 4). Met
grief 5wordt opgekomen tegen het gebruik van de door Vitens overgelegde tekeningen.
het arrest voor verwijzing) [19] heeft het hof voor verwijzing vastgesteld dat Vitens in de akte van levering van 22 december 2011 [20] het leidingnetwerk heeft overgedragen aan Deltaborgh en dat zij zich jegens deze vennootschap heeft beroepen op dwaling bij de koopovereenkomst van 24 juni 2011 (rov. 5.1). Het hof voor verwijzing heeft overwogen dat uitsluitend door de (algemene) verwijzing naar het geregistreerde leidingnetwerk in de koopovereenkomst en in de akte van levering het leidingnetwerk voor drinkwater – onbedoeld – onderdeel is gaan uitmaken van de koopovereenkomst en van de overdracht (rov. 5.2-5.3). Partijen zijn daarbij uitgegaan van dezelfde onjuiste veronderstelling, namelijk dat het leidingnetwerk voor drinkwater geen onderdeel was van de overeenkomst (terwijl dit door de verwijzing naar de kadastrale registratie nadien wel het geval bleek te zijn) (rov. 5.4). Er is volgens het hof voor verwijzing geen grond om aan te nemen dat de dwaling voor rekening moet blijven van Vitens (rov. 5.6). Naar het oordeel van het hof voor verwijzing is Aqua Twente niet te goeder trouw en kan zij niet de bescherming van art. 3:88 lid 1 BW Pro inroepen (rov. 5.5).
De rechter die - naar aanleiding van een daarop gericht verweer dan wel ambtshalve - vaststelt dat niet alle partijen bij de te vernietigen rechtshandeling in het geding zijn betrokken, dient gelegenheid te geven om de niet opgeroepen partij alsnog in het geding te betrekken door oproeping op de voet van art. 118 Rv Pro binnen een daartoe door de rechter te stellen termijn. Dit geldt zowel in eerste aanleg als na aanwending van een rechtsmiddel.
primair(a) verklaringen voor recht dat alleen industriewaterleidingen zijn overgedragen, en (b) veroordeling tot rectificatie van de akten, en s
ubsidiair(a) gedeeltelijke vernietiging van de koopovereenkomst wegens dwaling en (b) veroordeling tot medewerking aan teruglevering van de andere leidingen dan industriewaterleidingen (rov. 2.2);
industriewaterleidingenzijn gekocht en verkocht; alleen daarover hadden partijen wilsovereenstemming. Hieruit volgt ook dat de dwingende bewijskracht van schriftelijke koopovereenkomst en de leveringsaktes niet tot een ander oordeel leidt (rov. 2.17);
3.Bespreking van het cassatiemiddel
nietde inhoud van de koopovereenkomst: het hof voor verwijzing heeft vastgesteld dat de koopovereenkomst strekte tot levering van (ook) de drinkwaterleidingen (rov. 5.1, 5.3-5.4 van het arrest voor verwijzing) en dat uitgangspunt is in de eerste cassatieprocedure niet bestreden (p.i. onder 11 jo. 6). In hoger beroep – zowel voor als na cassatie – lag slechts de vraag voor of de vordering tot vernietiging van de driepartijenkoopovereenkomst wegens dwaling kon worden toegewezen. Dat ligt ook besloten in het verwijzingsarrest: de beantwoording van die vraag vergde volgens de Hoge Raad (rov. 3.2.3) dat ook B.I.C. in dit geding partij is. Om die reden heeft de Hoge Raad het arrest voor verwijzing vernietigd (p.i. onder 8). Het verwijzingshof was gebonden aan de vaststelling van de Hoge Raad in zijn verwijzingsarrest dat (i) de vorderingen van Vitens niet toewijsbaar zijn op de grond dat zij meer heeft verkocht dan geleverd, omdat de rechtbank dat primaire standpunt met kracht van gewijsde heeft verworpen door afwijzing van de op basis van dat standpunt gevorderde verklaringen voor recht, en (ii) dat na verwijzing de vordering van Vitens die strekte tot vernietiging van de driepartijenovereenkomst wegens dwaling moet worden onderzocht nadat zij B.I.C. (FC Twente) alsnog in de procedure heeft opgeroepen. Het verwijzingshof diende de zaak te behandelen in de staat waarin deze verkeerde toen het arrest voor verwijzing werd gewezen. De verwijzingsprocedure bood geen ruimte voor het aanvoeren respectievelijk beoordelen van nieuwe rechtsmiddelen, nieuwe argumenten of nieuwe feiten (p.i. onder 11).
nietverplicht om ook de drinkwaterleidingen te leveren (p.i., p. 3-4 en onder 12 jo. 7).
nietaan Deltaborgh zijn mee verkocht en geleverd (p.i., p. 4). In het licht van het feit dat de afwijzing door de rechtbank van de primair gevorderde verklaringen voor recht in hoger beroep onbestreden is gebleven, en in hoger beroep alleen nog moet worden onderzocht of de subsidiaire, op dwaling gebaseerde vorderingen van Vitens toewijsbaar zijn, is zonder nadere motivering niet te begrijpen dat de stellingen die Vitens (voor cassatie en verwijzing) ter ondersteuning van haar subsidiaire vorderingen heeft aangevoerd, ook strekken ten betoge dat de drinkwaterleidingen niet aan Deltaborgh zijn mee verkocht en de - met kracht van gewijsde vastgestelde - levering en overdracht daarvan dus niet op een rechtsgeldige titel berust, aldus de klacht (p.i. onder 13).
subonderdeel 1(i)te slagen.
subonderdeel 1(iii)gerichte motiveringsklacht.
subonderdelen 1(ii) en (iii) (voor het overige)mijns inziens geen behandeling meer. Deze gaan er immers alle vanuit dat het verwijzingshof de grondslag dat er meer is geleverd dan is overeengekomen in het kader van hetgeen nog voorlag nog wel kon bespreken.