Conclusie
Nummer21/03982
Overweging met betrekking tot het bewijs ter zake van het onder 1 en 4 tenlastegelegde
het hof begrijpt: het [G]) heeft gestaan. De opbrengst van [verdachte] betrof € 700/€ 800 per keer. De verdediging heeft voorts een e-mail afkomstig van het [G] overgelegd waaruit blijkt dat [verdachte] dan wel [betrokkene 5] diverse malen een standplaats heeft gehuurd op de ‘ [H] ’ in 2013/2014 en 2014/2015. Gelet op deze concrete onderbouwing acht het hof het aannemelijk dat [verdachte] in de periode van 1 juli 2012 tot 8 december 2015 zeven keer op een rommelmarkt goederen heeft verkocht met een gemiddelde opbrengst van € 800,- per keer. Het hof zal dan ook een bedrag van € 5.600,- aanmerken als legaal verkregen inkomsten. Het hof acht het echter niet aannemelijk dat de verkopen op de rommelmarkt ook hebben plaatsgevonden voorafgaand aan 1 juli 2012, nu dit door de verdediging ook niet nader concreet is onderbouwd. Het hof zal daar dan ook geen rekening mee houden bij het vaststellen van het beginsaldo op 1 juli 2012.
stashenen/of te verwerken hennep van de coffeeshop nadat de verdachte dan wel haar medeverdachte de (directe) werkzaamheden voor de coffeeshop had beëindigd, ontbreekt enig aanknopingspunt. Dit laatste geldt ook voor de hypothese dat de verdachte en haar medeverdachte in de veronderstelling zouden hebben kunnen verkeren dat er elders nog andere
stash- c.q. verwerkingslocaties zouden zijn geweest.
Eenvoudige Kasopstelling
minimaal € 132.816,10aan contant geld moet hebben verdiend, afkomstig uit een niet legale bron.
aannemelijkis dat het huishouden van verdachten [verdachte] en [medeverdachte] gedurende de onderzoeksperiode in totaal
minimaal € 169.800,83aan contant geld moet hebben verdiend, afkomstig uit een niet legale bron.’
Artikel 11a Opiumwet
Bespreking van het eerste middel
Als de verdachte zo’n verklaring geeft, ligt het op de weg van het openbaar ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring. De rechter zal dan mede op basis van de resultaten van dat onderzoek moeten beoordelen of ondanks de verklaring van de verdachte het witwassen bewezen kan worden op de grond dat (het niet anders kan zijn dan dat) het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.