Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het middel
Inleiding
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen de beslissing van de rechtbank Oost-Brabant die het klaagschrift van de eigenaar van een bromfiets ongegrond verklaarde. De bromfiets was in beslag genomen op grond van artikel 94 Sv Pro omdat de broer van de eigenaar ermee reed zonder geldig rijbewijs. De rechtbank oordeelde dat het niet hoogst onwaarschijnlijk was dat de bromfiets verbeurd zou worden verklaard op grond van artikel 33a lid 2 Sr, mede vanwege eerdere waarschuwingen aan de eigenaar.
De advocaat-generaal stelt dat de rechtbank ten onrechte niet heeft meegewogen of de eigenaar bekend was met het gebruik van de bromfiets door zijn broer of dat hij dat redelijkerwijs had kunnen vermoeden. Hierbij wordt verwezen naar een eerdere Hoge Raad-beschikking van 6 juli 2021, waarin is bepaald dat dit aspect essentieel is voor de beoordeling van verbeurdverklaring.
De Hoge Raad concludeert dat het middel terecht is voorgesteld en vernietigt de beschikking. De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank Oost-Brabant voor een nieuwe beoordeling waarbij ook het kennisaspect van de eigenaar betrokken moet worden. Er zijn geen ambtshalve gronden voor vernietiging gevonden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling met inachtneming van het kennisaspect van de eigenaar.