ECLI:NL:PHR:2023:919
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep wegens gebrek aan feitelijke grondslag in gewoontewitwassen
Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 13 januari 2022 het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 29 januari 2019 bevestigd, waarbij de verdachte is veroordeeld voor medeplegen van gewoontewitwassen door een rechtspersoon en een geheel voorwaardelijke geldboete van € 25.000,- opgelegd kreeg.
De zaak betreft geldstromen via meerdere vennootschappen die betrokken waren bij investeringen in zonneparken, waarbij gelden werden doorgesluisd en witgewassen. Het hof veroordeelde ook medeverdachten voor verduistering, oplichting en valsheid in geschrifte.
In cassatie werd aangevoerd dat het hof niet had gereageerd op het verweer dat ontslag van alle rechtsgevolgen had moeten volgen voor het bewezen verklaarde voorhanden hebben van gelden, en dat het hof ten onrechte oordeelde dat de verdachte had verhuld wie de rechthebbenden waren.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet het voorhanden hebben of het verhullen van rechthebbenden heeft bewezen verklaard, maar slechts medeplegen van gewoontewitwassen. Hierdoor ontbreekt feitelijke grondslag voor het middel en faalt het cassatieberoep. De conclusie van de plv. AG strekt tot verwerping van het beroep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen van gewoontewitwassen blijft in stand.