Conclusie
1.Feiten
de aanbouw”) heeft vastgesteld dat de keukenvloer niet meer waterpas is, de binnendeur naar de woonkamer klemde en dat er scheurvorming is in de muren in de badkamer en keuken, in de muur- en plafondaansluiting in de woonkamer en in de betonvloer van de vrijstaande garage. Zijn conclusie was dat sprake is van verzakking van de aanbouw.
visuele inspectie vanwege de toenemende scheurvorming in met name de achterzijde van uw woning”. In de rapportage staat onder meer dat bij de inspectie een aantal nader aangeduide scheuren is geconstateerd en dat gezien het scheurpatroon de ruimte waarin de keuken en badkamer zich bevinden, die Fugro ook aanduidt als “
de aanbouw”, lijkt te verzakken, waarbij deze, gezien vanuit de tuin, naar links zakt. Fugro noemt in de brief een aantal mogelijke oorzaken, waaronder wegspoelen van zand nabij of onder funderingsniveau of verweking van de bodem, en achtte nader onderzoek geadviseerd.
de verrichtingen van Fugro tot dusver niets aantonen inzake de oorzaak van de schade en al helemaal niet dat die op enigerlei wijze toe te rekenen is aan de gemeente Groesbeek” [8] en dat de voorliggende situatie geen aanleiding gaf voor de gemeente en de verzekeraar om nader onderzoek te financieren.
verweking is echter een fenomeen wat zich met name in leemhoudende gronden voordoet. Op basis van het beschikbare grondonderzoek wordt niet verwacht dat hier leem in de ondergrond aanwezig is”).
2.Procesverloop
Eerste aanleg
A-G] aangelegd. Niet gesteld is dat er recent wezenlijke wijzigingen hebben plaatsgevonden aan het riool of het straatprofiel die de situatie hebben verergerd. Geen punt van geschil is dat een riool mede tot doel heeft het adequaat afvoeren van hemelwater. Daarbij mag naar het oordeel van de rechtbank, hoewel ten aanzien van het voorkomen van overstromingsgevaar van riolen geen concrete veiligheidsnormen bestaan, als norm worden gesteld dat in normale omstandigheden het ontstaan van overstromingen en schade aan het eigendom van derden als gevolg daarvan wordt voorkomen. Niet in geding is dat de knijpconstructie enerzijds de kans op overstroming vergroot en anderzijds een doel dient, te weten het bieden van de mogelijkheid water te bufferen in het rioolstelsel, waarna het geleidelijk wordt afgevoerd, kennelijk mede om te voorkomen dat al het water in een keer naar het lager gelegen centrum van [plaats] stroomt, van welk doel het te respecteren belang door [eiser] niet is betwist. De gemeente heeft niet onderbouwd aangevoerd dat aanpassing van de bestrating of de knijpconstructie zodat er geen water over het perceel van [eiser] stroomt grote kosten of anderszins grote problemen met zich brengt.”
A-G] verwezenlijking van dat gevaar, bewijs dienen te leveren.”
nietin is geslaagd te bewijzen dat de rioolput, zoals door hem gesteld, drie à vier keer per jaar overstroomt. [eiser] is er echter, aldus de rechtbank,
welin geslaagd te bewijzen dat de rioolput al lange tijd gemiddeld meer dan één keer – te weten zo één à twee keer – per jaar overstroomt, waardoor een aanzienlijke hoeveelheid water over zijn perceel stroomt (rov. 2.9.). Hiermee is de door de rechtbank gestelde voorwaarde om een deskundigenbericht te bevelen vervuld (rov. 2.10.-2.12.). Voordat de rechtbank het deskundigenbericht heeft bevolen, heeft zij partijen eerst de mogelijkheid gegeven om zich bij akte uit te laten over de te benoemen deskundige en de aan deze voor te leggen vragen (2.13.-2.14.).
8.Conclusie
A-G] maaiveld terecht komt. Dit wordt veroorzaakt doordat de diameter van de riolering verkleind wordt van 0,8 m naar 0,4 m. Water stroomt vanuit de rioolput en straatkolk naar het laagste punt langs en richting de achterzijde van de woning aan de [a-straat 1] . Bovendien blijkt uit de hoogtekaart dat water uit de omgeving richting de [a-straat] stroomt;
Beoordeling van de nieuwe grondslag
A-G] 2,5 meter ‘onder het NAP’ [kennelijk wordt hier bedoeld ‘onder het maaiveld’]; de deskundige is ten onrechte van een grondwaterstand van 2,5 meter onder het maaiveld uitgegaan zonder peilbuismetingen te doen.
A-G] in rov. 2.11. genoemde door [eiser] aangehaalde passages weggelaten (zoals ook blijkt uit het rapport met wijzi[gi]ngen, waarin de passages integraal zijn doorgehaald) en is de beantwoording van de vragen en de conclusie aangepast zodat deze zijn komen te luiden als hiervoor aangehaald in rov. 2.2. tot en met 2.6.”
, A-G].
geensprake was van verweking van de bodem in hoger beroep niet is bestreden en daarom vaststaat:
at wil niet zeggen dat er geen effecten kunnen optreden als er een minder grote grondwaterstijging plaatsvindt.” En: “
Ik kan niet aangeven vanaf welke grondwaterstand het grondmechanisch draagvermogen lager is dan de belasting op de fundering van 46 kN/m1 waar wij bij onze berekeningen van zijn uitgegaan. Het waterpeil waarbij het grondmechanisch draagvermogen onder de 46 kN/m1 komt zal rond de 68 centimeter onder het maaiveld liggen. Echter ook als het grondmechanisch draagvermogen afneemt zonder dat het kleiner wordt dan de belasting op de fundering kan dit het gevolg met zich brengen dat er vervorming plaatsvindt van de grond. Dat zou kunnen leiden tot verzakking van het huis. Dit is echter een complexe theorie die nagerekend zou moeten worden. Je moet dan het vervormingsgedrag onderzoeken. Het zou kunnen dat het draagvermogen ondanks de vervormingen nog wel voldoet.””
Zand met een losse pakking kan overgaan in een vastere pakking en zal dan inzakken. Voor de beschouwde situatie zou een decimeter aan de oppervlakte zeker mogelijk zijn en grotere waarden zijn ook denkbaar. Dit inzakken van de zandlaag kan door verschillende processen worden veroorzaakt. Vaker voorkomende oorzaken zijn.
Cyclisch belasten van de ondergrond vanuit het water zou ook de oorzaak kunnen zijn.[…].
Het op en neer gaan van de grondwaterstand, (dan weer wel en dan weer niet) veroorzaakt ook een wisselende druk op de zandkorrels.[…]
dat de pakking bij 2 meter diepte overgaat van los naar matig vast gepakt. Dus minder gevoelig voor zetting!
De mening van Movares dat verlies aan draagkracht het probleem was is volgens mij juist.(…)
De opmerking van Movares, dat zettingen de basis van het probleem zouden kunnen zijn, is m.i. terecht. Dit verschijnsel kan ook als verlies van draagkracht worden gezien.[…]
Waarschijnlijk hebben meerdere factoren samengewerkt de problemen te laten ontstaan.
De natuurlijke aanwezigheid van losgepakte zand onder de fundering. Komt in Nederland echter vaker voor en veroorzaakt meestal geen problemen.
De periodieke toevoer van water heeft het probleem zeer waarschijnlijk laten ontstaan,[…]
De twee afzonderlijke fundering dieptes (Strokenfundering en op de diepe kelder) hebben de situatie ook negatief beïnvloed. Niet helemaal duidelijk hoe veel, maar door dit verschil in funderingstype is mede het zettingsverschil geïntroduceerd. Zonder een externe belasting, bijvoorbeeld door infiltrerend water, betwijfel ik of dit aspect ooit een probleem zou zijn geworden.”
A-G] wordt na grondonderzoek door [betrokkene 5] geconcludeerd dat de infiltratie van water bij het overstromen van de put beperkt moet zijn geweest en nog steeds is (inleidende dagvaarding, productie 9, blz. 13).
3.Bespreking van het cassatiemiddel
allegrieven in behandeling te nemen en daarop te responderen. De appelrechter kan grieven onbesproken laten indien de appellant daarbij geen belang heeft. Het belang kan bijvoorbeeld ontbreken als de gegrondbevinding van een grief niet kan leiden tot een andere beslissing op de vordering van de appellant. [49] Ook kan uit een beslissing van de appelrechter volgen dat het belang van de bespreking van andere grieven ontbreekt. [50]
onderdeel I-2heeft het hof nagelaten te beslissen op de wijziging/aanvulling van de grondslag van de vordering van [eiser] . [52] [eiser] heeft in het hoger beroep als nadere grondslag aangevoerd dat de gemeente als eigenaar van het hoger gelegen erf onrechtmatig heeft gehandeld door niet te voorkomen dat uittredend rioolwater via de openbare weg kan afstromen naar het perceel van [eiser] . Daarover heeft het hof niks overwogen of beslist, aldus het onderdeel. Dit is rechtens onjuist en/of onbegrijpelijk omdat het hof verplicht was om, op kenbare wijze, alle toegelaten eiswijzigingen en/of wijzigingen van de grondslag van de vordering in behandeling te nemen en daarop te responderen. Mocht het hof hier wel een beslissing over hebben genomen, dan blijkt dit niet kenbaar uit het bestreden arrest en is het bestreden arrest daarom in ieder geval onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd.
verwekingvan de grond onder de fundamenten en verzakking tot gevolg heeft, mede gelet op de samenstelling van die grond, of dit risico zich in dit geval heeft verwezenlijkt en mogelijk ook ten aanzien van het eigen schuld-verweer. [64] Dit oordeel van de rechtbank moet worden gezien in het licht van hetgeen de rechtbank eerder had geoordeeld over de vraag wanneer het riool gebrekkig is in de zin van art. 6:174 BW Pro. In rov. 4.5. van haar tussenvonnis van 15 februari 2017 had zij immers geoordeeld dat de gemeente niet aansprakelijk is als
nietkomt vast te staan dat bij de door [eiser] gestelde regelmaat van overstromen van het riool concreet risico op verweking van de grond en ondermijning daardoor van het fundament van de woning aanwezig is. In dat geval zou het voor aansprakelijkheid op grond van art. 6:174 BW Pro vereiste gevaar voor personen of zaken ontbreken. [65]
verwekingvan de ondergrond waardoor de woning zou verzakken. Het bevolen deskundigenbericht zag dus niet, zoals het onderdeel wil doen geloven, op de algemene vraag of een oorzakelijk verband bestaat tussen de overstromingen uit de rioolput en de verzakking van de woning. Langhorst heeft vervolgens onderzocht of de verzakking van de woning kon optreden door de verweking van de grond en geoordeeld dat dit
niethet geval was. Dit oordeel is door de rechtbank overtuigend geacht en door haar overgenomen waarna zij in haar tussenvonnis van 21 november 2018 tot het oordeel is gekomen dat geen sprake was van gevaar voor personen of zaken in de zin van art. 6:174 BW Pro en de gemeente daarom niet aansprakelijk was, althans niet op de door [eiser] tot dan toe aangevoerde gronden. [66] Het onderdeel mist dus feitelijke grondslag voor zover het stelt dat de rechtbank in de door het onderdeel aangehaalde tussenvonnissen heeft beslist “
behoefte te hebben gehad aan een deskundigenrapport over de vraag of er een oorzakelijk verband bestaat tussen de overstromingen uit de rioolpunt en de verzakking van de woning”.
nadrukkelijk” verzocht “
om een nader onderzoek te laten verrichten door een deskundige(…)
en met name naar de dan nog bij het Hof openstaande (nadere) vragen”. [69] Ook heeft [eiser] bewijs aangeboden “
van al hetgeen door hem in deze procedure is gesteld” en daarbij “
onder meer” Langhorst en hemzelf als getuigen aangedragen. [70] Gelet op wat ik hiervoor in randnummer 3.20 heb uiteengezet, mocht van [eiser] worden verwacht dat hij voldoende concreet zou aangeven op welke van zijn stellingen dit bewijsaanbod betrekking had. Dit heeft hij nagelaten. Ook mocht van hem worden verwacht dat hij aangaf in hoeverre Langhorst meer of anders kon verklaren dan hij reeds bij de rechtbank heeft gedaan. Ook dit heeft [eiser] nagelaten. Ik herhaal dat [eiser] zijn stelling dat de oorzaak van de verzakkingen gelegen is in grondwaterfluctuaties die leiden tot een verlies van draagvermogen van de fundering van zijn woning, slechts heeft onderbouwd met verwijzing naar de bevindingen van Langhorst uit zijn concept-rapport (die later door Langhorst zijn verwijderd uit zijn definitieve rapport) en naar notities van [betrokkene 6] . Als gezegd, heeft het hof deze onderbouwing besproken en te licht bevonden. [71] Bij deze stand van zaken kan niet worden gezegd dat het passeren van het hof van [eiser] ’ bewijsaanbod onbegrijpelijk is of onvoldoende is gemotiveerd.