Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 21 november 2018
- het proces-verbaal van deskundigenverhoor op grond van artikel 194 lid 5 Rv Pro van 15 mei 2019 en het proces-verbaal van comparitie van dezelfde datum
- de akte na deskundigenverhoor
- de antwoordakte na deskundigenverhoor.
2.De beoordeling tot dusverre.
- door de daarin toegepaste knijpconstructie de rioolput regelmatig overstroomt,
- dan steeds een aanzienlijke hoeveelheid water via de straat over het terrein van [eiser] stroomt,
- dit tot verweking van de grond heeft geleid,
- daardoor de fundering van zijn woning is ondermijnd en aangetast,
- en dit scheurvorming en verzakking van de woning heeft veroorzaakt.
- De grondwaterstand kan nog dieper liggen dat 2,5 meter onder het maaiveld; de deskundige is ten onrechte van een stand van 2,5 meter onder het maaiveld uitgegaan zonder peilbuismetingen te doen.
- Het is zeer onwaarschijnlijk dat de grondwaterstand na één uur water op het maaiveld met meer dan 2,5 meter stijgt, zeker gelet op de matige infiltratiecapaciteit van de ondergrond ter plaatse. [naam adviesbureau] (het door de gemeente ingeschakelde adviesbureau) heeft dit in de afgelopen 25 jaar nog nooit gezien.
- De door de deskundige berekende belasting van de fundering van 46 kN/m1 is gebaseerd op een berekende ontwerpbelasting, hetgeen bij beschouwing van het werkelijke gedrag en verplaatsingen binnen de (geo)techniek ongebruikelijk is.
- Niet gesteld kan worden dat sprake is van een reductie van draagkracht ten gevolge van de overstroming van het riool, omdat de nulsituatie (vóór 2003) niet bepaald kan worden en er meerdere schadeoorzaken mogelijk zijn, die ten onrechte niet zijn beschouwd.
3.De verdere beoordeling
- De passages zijn uit het concept-deskundigenbericht weggehaald omdat ze, in de ogen van de deskundige, buiten de opdracht vielen én omdat hij op die punten nader onderzoek nodig achtte.
- De deskundige blijft wel bij die passages, in ieder geval achter de genoemde oorzaak van de verzakkingen, te weten draagkrachtverlies van de ondergrond van de fundamenten door de grondwaterstand en wateroverlast.
- De deskundige geeft, tot vier keer toe, aan dat dit een ‘eerste inschatting’ is, waartoe nader onderzoek nodig is.
- De deskundige acht een grondwaterpeilstijging van 2,5 meter bij een overstroming van een uur onwaarschijnlijk en verklaart dat de kans daarop bij een overstroming van twee uur nagerekend zou moeten worden, maar denkt dat de kans daarop dan ook 5% of lager.
- De deskundige bevestigt het standpunt van de gemeente dat er bij beschouwingen van verplaatsingen niet gekeken moet worden naar rekenwaarden, zoals de ontwerpbelasting, maar naar karakteristieke of representatieve waarden. Hij heeft die beschouwingen niet gedaan, omdat dat niet binnen de scope van het onderzoek paste.
- De deskundige verklaart dat de grondwaterstand de korrelspanning doet veranderen waardoor verzakking op kan treden, dat de overstroming van de put bijdraagt aan die grondwaterstand, maar dat er ook andere mogelijke factoren zijn die daaraan bijdragen, waaronder de regen en, wat op basis van de kaartjes aannemelijk is, het water dat van de straat stroomt. De deskundige heeft niet onderzocht hoeveel de put daaraan bijdraagt.
- De deskundige heeft geen onderzoek gedaan naar de vervorming van de ondergrond ten gevolge van de grondwaterfluctuatie. In theorie is het mogelijk dat de vervorming van de grond in het gebied waar grondwaterfluctuatie plaatsvindt zo groot is, dat dit de scheurvorming die is geconstateerd kan verklaren.
€ 2.715,00(5,0 punten × tarief € 543,00)