ECLI:NL:PHR:2024:1027
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen
De verdachte is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, wegens medeplegen van het namaken en verspreiden van valse bankbiljetten en deelname aan een criminele organisatie. Tegen dit arrest heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad constateert dat de aanzegging van het cassatieberoep op 20 september 2022 persoonlijk aan de verdachte is betekend. Echter heeft de verdachte niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van zestig dagen na de aanzegging een schriftuur met middelen van cassatie ingediend.
Op grond van artikel 437, tweede lid, Sv kan de Hoge Raad de verdachte daarom niet in zijn cassatieberoep ontvangen. De conclusie van de Procureur-Generaal is dan ook dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Er is sprake van samenhang met meerdere andere zaken waarin gelijktijdig conclusies zijn genomen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.