Conclusie
Nummer22/03556
Inleiding
De zaak in het kort
Het middel
als relaas van deze deskundige:
Resultaten
Interpretatie van resultaten
Conclusie
Feiten en omstandigheden
dat het (fiets)verkeer voor en rechts naast de bedrijfsauto waarneembaar was" is derhalve terecht.
NJ1991/839, ging het ook om een geval waarin de bestuurder van de vrachtauto had verklaard in de spiegels de betrokken (brom)fietser niet te hebben gezien. Die verklaring hield ook in dat hij twee keer had gekeken en dat in de spiegels wel alles rechts van de vrachtauto zichtbaar was. De Hoge Raad oordeelde dat het hof “kennelijk uit deze verklaring [heeft] afgeleid - en ook kunnen afleiden - dat de verdachte juist aanmerkelijk onoplettend is geweest” door in deze omstandigheden de bromfietser niet waar te nemen.