Conclusie
1.Stichting Particulier Fonds Avanti (hierna: ‘Avanti’)
[verweerder 3](hierna: ‘ [verweerder 3] ’)
[eiseres 4] N.V.(hierna: ‘ [eiseres 4] ’)
1.Feiten
A-G] op Avanti mocht blijken te hebben, welke vordering door Sehures (voorlopig) is vastgesteld op ANG 50.000,00. In dat verband verklaart [eiser] uitdrukkelijk Avanti en [verweerder 2] volledig te vrijwaren voor iedere vordering, tot welk bedrag dan ook, welke Sehures te eniger tijd met betrekking tot het grensoverschrijdende gedeelte (…) [op de driehoek,
A-G] op Avanti mocht blijken te hebben, en alle eventueel door Avanti of [verweerder 2] te maken kosten in verband met door Sehures tegen een van hen of beiden te entameren incasso- of rechtsmaatregelen op zich te nemen.”
2.Procesverloop
A-G] wijze waarop het Gerecht door middel van uitleg de reikwijdte van de akte tot vrijwaring heeft vastgesteld. Grief 6 stelt verder bezwaren tegen beslissingen van de rechter in de hoofdzaak aan de orde, die echter niet van belang zijn voor de in deze vrijwaringsprocedure aan de orde zijnde vraag of [eiser] de nadelige gevolgen van de veroordeling in de hoofdzaak dient te dragen. Grief 7 gaat helemaal over de hoofdzaak, dus daarvoor geldt hetzelfde. Grief 8 is hiervoor onder 2.4-2.5 besproken. Wat betreft grief 9, de akte tot vrijwaring rechtvaardigt de eventuele verrijking van Avanti en verarming van [eiser] .”
3.Bespreking van het cassatiemiddel
nakomingkan vorderen van een uit de vrijwaringsovereenkomst voortvloeiende verbintenis. [25] Dit is dan een wezenlijk verschil met wat dikwijls als ‘garantie’ wordt aangeduid. Een schuldeiser beroept zich in dat verband juist op
schendingvan een verbintenis (garantie) en vordert in verband daarmee
schadevergoedingop grond van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming (art. 6:74 BW Pro). [26]
nakomingkan zich daarom niet verweren met een beroep op de uit art. 6:101 BWC Pro voortvloeiende schadebeperkingsplicht. [29] Dit geldt ook voor de schuldenaar die wordt aangesproken tot nakoming van een uit overeenkomst voortvloeiende verbintenis om de door zijn wederpartij ten gevolge van een bepaalde gebeurtenis geleden schade te vergoeden. Ook dit is een vordering tot nakoming, waarop art. 6:101 BWC Pro (zoals gezegd) niet van toepassing is.
via Avanti, waarin [verweerder 2] sinds de overdracht van de oprichtersrechten de zeggenschap heeft.
subonderdeel 1.2is de verwerping van het betoog van [eiser] over schending van de in art. 6:101 BWC Pro verankerde schadebeperkingsplicht door Avanti in rov. 2.20. in verband met rov. 2.4.-2.5. onvoldoende althans onbegrijpelijk gemotiveerd in het licht van door [eiser] in dit verband aangevoerde stellingen (opgesomd in procesinleiding, randnummer 28., a. tot en met f.).
alle door Avanti in de hoofdzaak werkelijk gemaakte advocatenkosten van NAf 49.779,77, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2020 tot aan de dag der algehele voldoening”.
A-G] wijze waarop het Gerecht door middel van uitleg de reikwijdte van de akte tot vrijwaring heeft vastgesteld. Grief 6 stelt verder bezwaren tegen beslissingen van de rechter in de hoofdzaak aan de orde, die echter niet van belang zijn voor de in deze vrijwaringsprocedure aan de orde zijnde vraag of [eiser] de nadelige gevolgen van de veroordeling in de hoofdzaak dient te dragen. (…)”