Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
customer relations management(CRM) softwaresysteem. Smart Connections (opdrachtnemer) heeft betaling gevorderd van openstaande facturen. Allsafe (opdrachtgever) heeft zich op het standpunt gesteld dat zij de overeenkomst terecht heeft ontbonden en heeft in reconventie ongedaanmaking en schadevergoeding gevorderd. De rechtbank heeft Allsafe grotendeels in het gelijk gesteld, maar het (uitvoerige) arrest van het hof luidt in tegengestelde zin.
2.Feiten en procesverloop
customer relations management(CRM) softwaresysteem (hierna: CRM-systeem) is een softwarepakket dat – kort gezegd – voorziet in de contacten tussen bedrijven en hun klanten. Het voorziet niet alleen in de communicatie met de klant, maar ook in de analyse van klantgegevens en het aan de hand daarvan komen tot effectieve marketingactiviteiten (bijvoorbeeld
cross sellingen
upselling).
projectscopeen de planning. Daarover staat in het plan van aanpak het volgende:
look and feel, dit alles volgens de planning zoals neergelegd in het plan van aanpak. Op een later moment zou worden bezien welke onderdelen aan dat basale systeem zouden moeten worden toegevoegd en deze onderdelen vallen dus buiten de
scopevan de overeenkomst. Het volgende heeft het hof tot die conclusie gebracht. (onder 4.13)
customer serviceen een
dashboardvoor marketing. Fase 3 zou pas na de realisatie van fase 1 en fase 2 worden bepaald op basis van de dan geldende wensen. Zowel de overeenkomst als het plan van aanpak benoemt expliciet dat fase 3 buiten de
scopevan de afspraken tussen partijen zou vallen. Vervolgens is in zowel de overeenkomst als het plan van aanpak een nadere beschrijving gegeven van elk van de onderdelen van fase 1 en fase 2. Daarbij is van belang dat voor elk van deze onderdelen van fase 1 en fase 2 in de overeenkomst is benoemd wat de kosten daarvan zouden zijn, en dat voor fase 3 geen begroting is opgenomen in de overeenkomst. Daarnaast is in het plan van aanpak vastgelegd dat de
look and feelvan het CRM-systeem gebaseerd zou zijn op
‘de huidige ALLSAFE Front schermen’,die – zoals blijkt uit de e-mail van Allsafe van 22 december 2015 (zie hiervoor vii) – al ten tijde van het sluiten van de overeenkomst in het bezit waren van Smart Connections. Dit alles duidt erop dat partijen zijn overeengekomen dat Smart Connections een systeem voor Allsafe zou ontwikkelen met daarin de basale functionaliteiten die expliciet zijn benoemd in het plan van aanpak, met een destijds vastgelegde
look and feelen conform de planning uit het plan van aanpak. Eveneens volgt hieruit dat onderdelen die niet expliciet in de overeenkomst of het plan van aanpak zijn benoemd als behorend tot fase 1 of fase 2, behoren tot fase 3 en vallen buiten de
scopevan hetgeen partijen zijn overeengekomen. (onder 4.19)
scopevan het voorstel van Smart Connections vallen. Hieraan doet niet af dat in de overeenkomst staat dat Smart Connections een ‘volledig op maat’ CRM-systeem voor Allsafe zou ontwikkelen en dat als kritieke succesfactor is benoemd dat de processen en het jargon van Allsafe centraal zouden staan. (onder 4.20-4.21)
look and feelkon worden gebaseerd dan op de schermen die in het bezit van Smart Connections zijn gekomen middels de e-mail van Allsafe aan Smart Connections van 22 december 2015 en dat zij deze dus (naar eigen keuze) steeds mocht wijzigen. (onder 4.22)
look and feeldie ten tijde van het sluiten van de overeenkomst in het bezit was van Smart Connections en conform de planning zoals neergelegd in het plan van aanpak. Eventuele later gewenste onderdelen zouden in fase 3 worden ontwikkeld en vielen niet binnen de
scopevan het voorstel van Smart Connections. Dit laatste geldt ook voor de hiervoor g genoemde extra functionaliteiten en nieuwe gebruikersschermen gebaseerd op een gewijzigde
look and feel. (onder 4.23)
look and feel, (iii) de oplevering, (iv) de gebruikersdocumentatie en handleidingen en (v) de performance en betrouwbaarheid. Geen van deze klachten rechtvaardigt de conclusie dat Smart Connections is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. (onder 4.29)
look and feel
look and feelgebaseerd zou zijn op de Allsafe Front schermen ten tijde van het sluiten van de overeenkomst. Smart Connections heeft – onweersproken – aangevoerd dat het systeem dat zij medio 2016 heeft opgeleverd was gebaseerd op die
look and feel. Daarmee heeft Smart Connections voldaan aan hetgeen partijen zijn overeengekomen. Allsafe mocht redelijkerwijs niet verwachten dat partijen waren overeengekomen dat het CRM-systeem ook op een geheel andere (gaandeweg wijzigende)
look and feelkon worden gebaseerd en dat zij deze dus – binnen de
scopevan de overeenkomst – naar believen mocht wijzigen. Smart Connections was dan ook niet gehouden mee te gaan met de wensen van Allsafe ten aanzien van een andere
look and feeldan overeengekomen. Een tekortkoming van de kant van Smart Connections levert dit dus niet op. (onder 4.33)
look and feelvan de schermen. Verder blijkt uit de (bijlage bij de) e-mail van Allsafe van 12 augustus 2016 dat ook naar het oordeel van Allsafe fase 1 op dat moment nagenoeg af was en alleen nog afhankelijk was van de implementatie van de schermen die Allsafe had aangeleverd. Vele onderdelen van het geleverde CRM-systeem waren namelijk volgens het overzicht van Allsafe in de bijlage van die e-mail op dat moment voor 100% gereed. Voor zover bepaalde onderdelen blijkens het overzicht van Allsafe niet voor 100% gereed waren, heeft Smart Connections erop gewezen dat deze onderdelen wel degelijk beschikbaar waren, afhankelijk waren van de input van Allsafe of in overeenstemming met Allsafe waren uitgesteld. Allsafe heeft dit niet voldoende weersproken. Ook heeft Allsafe niet weersproken dat Smart Connections de onderdelen van fase 2 (
customer serviceen
dashboardsvoor marketing) eveneens medio 2016 heeft opgeleverd. In een e-mail van 19 juni 2017 refereert ook Allsafe zelf aan de ‘initiele oplevering’ in 2016. Voor zover Allsafe heeft betoogd dat Smart Connections een onvolledig systeem heeft opgeleverd omdat daarin niet alle door haar gewenste functionaliteiten waren verwerkt, stuit dit betoog af op hetgeen hiervoor g-i is overwogen. Smart Connections was gehouden een CRM-systeem te leveren dat voldeed aan de overeenkomst, niet een systeem dat voldeed aan de overige wensen van Allsafe. Niet is komen vast te staan dat Smart Connections het CRM-systeem te laat en onvolledig heeft opgeleverd. Hieraan doet niet af dat Allsafe naar eigen zeggen geen acceptatietesten heeft uitgevoerd of goedkeuring heeft verleend. Partijen hebben namelijk in de overeenkomst en het plan van aanpak de mogelijkheid van een dergelijke test opgenomen, maar hebben dit niet als voorwaarde voor oplevering gesteld en hebben ook overigens – anders dan Allsafe heeft aangevoerd – geen vastomlijnde afspraken over de oplevering gemaakt. (onder 4.35)
dashboardvoor marketing (fase 2) is gerealiseerd, (iii) de e-mail van Smart Connections van 30 augustus 2016 waaruit blijkt dat het CRM-systeem wordt gebruikt en (iv) het overzicht in de bijlage bij de e-mail van Allsafe van augustus 2016 waaruit blijkt dat ook Allsafe zich op het standpunt stelt dat bepaalde delen van het CRM-systeem gereed zijn. Het voorgaande brengt het hof tot de conclusie dat Smart Connections fase 1 op 5 juli 2016 [5] heeft opgeleverd en dat zij op 13 juli 2016 de factuur voor 25% van de kosten bij oplevering van die fase aan Allsafe mocht versturen. Daarnaast komt het hof tot de conclusie dat fase 2 medio 2016 is opgeleverd en dat Smart Connections op 5 december 2016 de factuur voor 25% van de kosten bij oplevering van fase 2 aan Allsafe mocht versturen. (onder 4.48)
3.Bespreking van het cassatiemiddel
look and feelniet was zoals Allsafe het wilde, (iii) het systeem niet dan wel te laat is opgeleverd, (iv) de gebruikersdocumentatie en handleidingen ontbraken en (v) de performance en betrouwbaarheid te wensen overliet. Verder heeft Smart Connections de projectorganisatie niet goed uitgevoerd. Smart Connections heeft dit betwist. Volgens haar was zij op grond van de overeenkomst slechts gehouden een systeem met basisfunctionaliteiten te leveren en heeft zij dit ook daadwerkelijk en tijdig opgeleverd. Dat is volgens Allsafe niet het geval: zij mocht op grond van de overeenkomst niet alleen de basisfunctionaliteiten verwachten, maar een volledig op maat gemaakt CRM-systeem.
look and feel, dit alles volgens de planning zoals neergelegd in het plan van aanpak. Op een later moment zou worden bezien welke onderdelen aan dat basale systeem zouden moeten worden toegevoegd en deze onderdelen vallen dus buiten de
scopevan de overeenkomst. Het volgende heeft het hof tot die conclusie gebracht.
look and feelvan Allsafe zouden worden gevolgd in het CRM-systeem. Het CRM-systeem zou medio 2016 volledig worden opgeleverd, conform de planning zoals weergegeven in het plan van aanpak. Daarnaast volgen de tussen partijen geldende afspraken uit de e-mails die zijn gewisseld in de periode 2015 en 2016, aldus Allsafe.
suspecttot en met
sale. Daarbij zou volgens de overeenkomst een aanpak in drie fasen worden gehanteerd, waarvan de eerste twee fasen zouden zijn gericht op de basale inrichting van elk een aantal functionaliteiten. Fase 3, die buiten de
scopeviel van het door Smart Connections gedane voorstel, zou na de realisatie van fase 1 en fase 2 worden bepaald op basis van de dan geldende wensen. De
look and feelzou worden gebaseerd op de destijds gebruikte Allsafe Front schermen. Ten behoeve van
salesen de opvolging van taken zouden de eerste
dashboardsworden ingericht. In fase 2 zou ook voor marketing een
dashboardworden toegevoegd. Het voorgaande volgt eveneens uit het plan van aanpak, maar daarin is – mede op verzoek van Allsafe – onder andere het versturen van nieuwsbrieven en marketingcampagnes (die gepland stonden voor fase 2) verschoven naar fase 1. Smart Connections zou dit CRM-systeem opleveren conform de planning als neergelegd in het plan van aanpak.
scopevan de overeenkomst vielen. Hieruit kan Allsafe in redelijkheid niet hebben afgeleid dat tussen partijen overeenstemming bestond over een aanvulling of afwijking van de afspraken zoals neergelegd in de overeenkomst en het plan van aanpak.
customer serviceen een
dashboardvoor marketing. Fase 3 zou pas na de realisatie van fase 1 en fase 2 worden bepaald op basis van de dan geldende wensen. Zowel de overeenkomst als het plan van aanpak benoemt expliciet dat fase 3 buiten de
scopevan de afspraken tussen partijen zou vallen. Vervolgens is in zowel de overeenkomst als het plan van aanpak een nadere beschrijving gegeven van elk van de onderdelen van fase 1 en fase 2. Daarbij is van belang dat voor elk van deze onderdelen van fase 1 en fase 2 in de overeenkomst is benoemd wat de kosten daarvan zouden zijn, en dat voor fase 3 geen begroting is opgenomen in de overeenkomst. Daarnaast is in het plan van aanpak vastgelegd dat de
look and feelvan het CRM-systeem gebaseerd zou zijn op
“de huidige ALLSAFE Front schermen”,die – zoals blijkt uit de e-mail van Allsafe van 22 december 2015 (zie 3.8) – al ten tijde van het sluiten van de overeenkomst in het bezit waren van Smart Connections. Dit alles duidt erop dat partijen zijn overeengekomen dat Smart Connections een systeem voor Allsafe zou ontwikkelen met daarin de basale functionaliteiten die expliciet zijn benoemd in het plan van aanpak, met een destijds vastgelegde
look and feelen conform de planning uit het plan van aanpak. Eveneens volgt hieruit dat onderdelen die niet expliciet in de overeenkomst of het plan van aanpak zijn benoemd als behorend tot fase 1 of fase 2, behoren tot fase 3 en vallen buiten de
scopevan hetgeen partijen zijn overeengekomen.
scopevan fase 1 en 2 ook aanvullende wensen voor het CRM-systeem kon toevoegen, omdat in de overeenkomst en het plan van aanpak staat dat Smart Connections een volledig op maat gemaakt CRM-systeem voor Allsafe zou ontwikkelen waarbij de processen en het jargon van Allsafe centraal zouden staan. Zo heeft Allsafe betoogd dat bijvoorbeeld de functionaliteit van het huren van een aanhanger geen extra functionaliteit was, maar een basisfunctionaliteit die binnen de
scopevan de overeenkomst viel. Het huren van een aanhanger is namelijk onderdeel van de vaste bedrijfsprocessen van Allsafe. In de overeenkomst is als “kritieke succesfactor” tussen partijen afgesproken dat de bedrijfsprocessen van Allsafe centraal staan. Daarom mag Allsafe verwachten dat het CRM-systeem dit onderdeel omvat. Hetzelfde geldt voor de overige functionaliteiten die door Smart Connections als “extra” worden gekwalificeerd, zoals nieuwe schermen, het huren van een bus, de agendafunctie, het aflegscherm en no show-opties, aldus Allsafe.
scopezijn. Tot slot heeft Allsafe niet toegelicht uit welke verklaringen of gedragingen van Smart Connections zij heeft mogen afleiden dat zij naar believen wensen kon toevoegen aan het door Smart Connections in fase 1 en fase 2 te ontwikkelen CRM-systeem. Dit alles leidt tot de conclusie dat een redelijke uitleg van de overeenkomst meebrengt dat de wensen van Allsafe die niet (expliciet) in de overeenkomst of het plan van aanpak zijn benoemd, behoren tot fase 3 en dus niet binnen de
scopevan het voorstel van Smart Connections vallen. Hieraan doet niet af dat in de overeenkomst staat dat Smart Connections een “volledig op maat” CRM-systeem voor Allsafe zou ontwikkelen en dat als kritieke succesfactor is benoemd dat de processen en het jargon van Allsafe centraal zouden staan.
look and feelvan het CRM-systeem. Weliswaar heeft Allsafe betwist dat haar wensen ten aanzien van de
look and feeIin de loop van de tijd zijn gewijzigd, maar deze wijzigingen volgen naar het oordeel van hof voldoende uit de in het geding gebrachte correspondentie, waaronder de e-mails van Allsafe van 5 juli 2016, 19 september 2016 en 19 juni 2017. Uit de bewoordingen van de overeenkomst en het plan van aanpak volgt dat de
look and feelgebaseerd zou zijn op de Allsafe Front schermen ten tijde van het sluiten van de overeenkomst. Dit volgt eveneens uit de e-mail van Allsafe van 22 december 2015 (zie 3.8 hiervoor), waarin staat dat de
look and feelgebaseerd moet zijn op de schermen zoals reeds in het bezit van Smart Connections. Weliswaar vermeldt het opschrift van bijlage 1 (waarin een voorbeeld van de schermen is opgenomen) dat de bijlage een indicatie bevat van de te gebruiken schermen, maar dat betekent nog niet dat Allsafe redelijkerwijs mocht verwachten [dat] het CRM-systeem ook op een andere
look and feelkon worden gebaseerd dan destijds in het bezit was van Smart Connections en dat zij deze dus (naar eigen keuze) steeds mocht wijzigen.
look and feeldie ten tijde van het sluiten van de overeenkomst in het bezit was van Smart Connections en conform de planning zoals neergelegd in het plan van aanpak. Eventuele later gewenste onderdelen zouden in fase 3 worden ontwikkeld en vielen niet binnen de
scopevan het voorstel van Smart Connections. Dit laatste geldt ook voor de hiervoor (in 4.20) genoemde extra functionaliteiten en nieuwe gebruikersschermen gebaseerd op een gewijzigde
look and feel.’
Haviltex-maatstaf geheel of ten dele terzijde stellen. Dat het hof het zo niet bedoelt, is mijns inziens duidelijk uit de tweede volzin van rechtsoverweging 4.13, waar het hof de
Haviltex-maatstaf vooropstelt. Ik zie geen aanleiding voor de lezing dat het hof daar vervolgens (in het bijzonder met rechtsoverweging 4.17) van terug zou zijn gekomen. Iets anders is dat het hof bij de uitleg van de overeenkomst, naast aan andere omstandigheden, ook betekenis toekent aan een bepaling die ‘onweersproken’ van de overeenkomst van partijen deel uitmaakt: [8]
Haviltex-maatstaf. Kortom, de klacht van het subonderdeel mist feitelijke grondslag. Los van het voorgaande geldt dat Allsafe bij de klacht ook geen belang heeft, omdat het hof óók heeft onderzocht of, indien het standpunt van Allsafe over de betekenis van de afspraken van 16 oktober 2015 [9] (hierna: de projectafspraken) wel juist zou zijn, dit verschil zou maken voor de wederzijdse rechten en verplichtingen van partijen. Dat is volgens het hof niet het geval (tweede helft van rechtsoverweging 4.17). Weliswaar richt de steller van het middel met subonderdeel 1.3 ook klachten tegen dit laatste oordeel, maar die klachten falen mijns inziens (hierna 3.9).
in de overeenkomst is bepaald datmet het ondertekenen van de overeenkomst alle eerdere afspraken tussen partijen zijn komen te vervallen. Wel juist lijkt me dat het hof de tekst van de bepaling zwaar heeft laten wegen. Maar dat is niet omdat het hof meent dat ‘louter de tekst’ bepalend zou zijn, maar bij gebreke van concrete stellingen op grond waarvan Allsafe redelijkerwijs mocht verwachten dat de projectafspraken ‘desondanks toch’ (dus niettegenstaande de bewoordingen van de overeenkomst) deel uitmaakten van de afspraken van partijen. Hetgeen Allsafe had aangevoerd, heeft het hof dus niet overtuigd. De waardering van het partijdebat was aan het hof als rechter die over de feiten oordeelt. Onvoldoende gemotiveerd dunkt mij het oordeel van het hof niet. Wat betreft de stellingen van Allsafe over garanties omtrent de kwaliteit en tijdige oplevering geldt dat het hof daar in het tweede gedeelte van rechtsoverweging 4.17 wel degelijk op is ingegaan. Het subonderdeel faalt.
onvoldoendegewicht heeft toegekend. Bij gebreke daarvan valt niet in te zien van welk belang dan een éxtra gewicht voor die afspraken zou hebben kunnen zijn. De klacht faalt.
look and feelen conform de planning in het plan van aanpak (zie rechtsoverweging 4.23), getuigt van een onjuiste rechtsopvatting, dan wel onvoldoende begrijpelijke motivering. Volgens de steller van het middel licht het hof niet toe waarom (1) de afspraak in de overeenkomst over een ‘volledig op maat’ CRM-systeem voor Allsafe en (2) in de overeenkomst als kritieke succesfactoren de processen en het jargon van Allsafe centraal staan, daaraan niet afdoen (vergelijk rechtsoverweging 4.21), terwijl ook Smart Connections de overeenkomst zo uitlegt dat het een op Allsafe toegesneden pakket was om een CRM-systeem te ontwikkelen. Volgens Allsafe klemt dit temeer omdat het hof niet respondeert op de stellingen van Allsafe dat (a) de crux van deze afspraken tussen partijen een op maatwerk toegesneden CRM-systeem is dat is ingesteld/afgestemd op de (werk)processen en jargon van Allsafe en is ingericht op haar behoeften, zodat het voor gebruikers logisch en eenvoudig is om het CRM-systeem te gebruiken, (b) Smart Connections wist van de behoefte van Allsafe dat het systeem zou aansluiten bij haar bedrijf, makkelijk te gebruiken zou zijn en daarmee haar producten kan aanbieden aan klanten en (c) Smart Connections garant staat voor kwaliteit. Volgens Allsafe had het hof, zelfs als een CRM-systeem met basale functionaliteiten de bedoeling van partijen was, niet ongemotiveerd voorbij kunnen gaan aan het doel van Allsafe om met dit ‘basale’ CRM-systeem wel te kunnen werken en te doen waarvoor het bedoeld is.
scopezijn; (3) Uit de bewoordingen van de overeenkomst en het plan van aanpak volgt dat de
look and feelgebaseerd zou zijn op de Allsafe Front schermen ten tijde van het sluiten van de overeenkomst. Ik merk nog op dat de door Allsafe bedoelde kritieke succesfactoren in de overeenkomst onder het kopje ‘ALLSAFE – achtergrond’ zijn vermeld, en niet onder het kopje ‘ALLSAFE CRM – voorstel’. Dat strookt met de door het hof aan de overeenkomst gegeven uitleg. In de motivering van het hof ligt mede een voldoende respons besloten op de door de steller van het middel onder (a), (b) en (c) vermelde stellingen. Het subonderdeel faalt.
nietbetoogt dat de arts op grond van de inhoud van de overeenkomst tot handelen verplicht was, maar op grond van diens zorgplicht. (Of dit antwoord blijk geeft van juist juridisch inzicht in de verhouding tussen beide, uitleg en zorgplicht, is een andere kwestie.)
Haviltex-maatstaf, dan zal het rechterlijk oordeel dat aan de zorgplicht van de opdrachtnemer geen uitdrukkelijke overweging wijdt, in het algemeen wél de maat hebben. Wie in dat geval in cassatie over dat oordeel klaagt, zal voor zijn klachten feitelijke grondslag moeten vinden in wat in feitelijke instantie is aangevoerd.
Zij miskent daarmee dat zij als professionele IT-dienstverlener een CRM-systeem dient op te leveren dat voldoet aan de verwachtingen die een gemiddelde klant daaraan mag ontlenen. Zelfs als dit dus niet met zoveel woorden in de overeenkomst is opgenomen (die hier overigens slechts een presentatie betreft, waaruit dus sowieso de daadwerkelijke afspraken slecht af te leiden zijn), mag een klant immers van een deskundige ICT-dienstverlener die daarvoor marktconforme prijzen in rekening brengt, verwachten dat deze een systeem levert waarmee door de gemiddelde werknemer kan worden gewerkt. En ook als een ISO-norm niet met zoveel woorden is overeengekomen, mag de klant verwachten dat zijn professionele dienstverlener werkt met inachtneming van de normen die binnen de branche gebruikelijk zijn. Uit de feiten vloeit bovendien voort dat Allsafe van meet af aan over deze gebrekkige functionaliteit en de moeilijke interfaces heeft geklaagd en dat Smart Connections daarop vooral heeft gereageerd met een discussie over wat wel of niet zou zijn afgesproken.Tot slot heeft Smart Connections ook niet concreet aangevoerd welke extra functionaliteiten Allsafe eiste die in de weg stonden aan de oplevering van een systeem dat Allsafe zou kunnen gebruiken voor het doel dat het voor haar moest dienen, namelijk het onderhouden van klantcontacten en deze gebruiken voor (al dan niet gerichte) marketing. Dat de marketing pas mogelijk zou zijn in een latere fase, zoals Smart Connections ter comparitie heeft aangevoerd, verhoudt zich niet met de als overeenkomst overgelegde presentatie (die alleen handelt over fases 1 en 2), waarin wordt gesproken over ondersteuning bij “sales- [en] marketingprocessen faciliteren”, “event driven marketing” en campagnemanagement als basisfunctionaliteit. Ook is de rechtbank niet duidelijk geworden hoe mogelijke verwachtingen die Allsafe heeft uitgesproken over de “look and feel” van de interfaces kunnen worden beschouwd als “out of scope”. Dit zou pas gevolgd kunnen worden indien er aanleiding was om aan te nemen dat Allsafe niet geklaagd heeft over functionaliteit van de interfaces, maar “slechts” over het uiterlijk. Zoals hiervoor overwogen, is daarvan geen sprake geweest. Uit het rapport van SQMI volgt dat het systeem niet functioneert op een basaal niveau.’
en voor de zorgplichten die op haar rusten’ (mijn cursivering), maar dit perspectief krijgt geen vervolg bij de bespreking van de vraag of het door Smart Connections geleverde CRM-systeem nu wel of niet aan de maat was. Over zorgplichten spreekt de memorie van antwoord pas 26 pagina’s na de vorige vindplaats opnieuw (althans als ik het goed zie) [18] . Op die plaats (onder 120 e.v.) bespreekt Allsafe grief 4 van Smart Connections. Volgens die grief had Allsafe het rapport van SQMI eerder moeten produceren, zodat Smart Connections met de aanwijzingen die dat rapport bevatte had kunnen werken.
In dat verbandzijn enkele stellingen over zorgplichten te lezen, met als conclusie van de advocaat in feitelijke aanleg van Allsafe dat onzinnig is het verwijt van Smart Connections dat zij het rapport van SQMI eerder had moeten ontvangen. [19] Naar deze passage uit de memorie van antwoord (namelijk randnummer 122) is vervolgens in de pleitaantekeningen van de zijde van Allsafe kort verwezen (onder 7). De steller van het middel verwijst ook nog naar punt 9 van die aantekeningen, maar daar valt het begrip ‘zorgplicht’ of ‘zorg’ niet. (Dat wat daar staat eventueel ook in termen van zorgplicht had kúnnen worden gezegd, is uiteraard niet waar het om gaat.)
look and feelvan Allsafe – centraal staan. Ondanks dat Smart Connections garant stond voor een volledige oplevering medio 2016, zijn tussen medio 2016 en medio 2017 slechts delen van de functionaliteit van het CRM-systeem onvolledig in gebruik gegeven en getest, waarbij veel problemen aan het licht zijn gekomen. Zelfs eind 2018 was het systeem nog niet af. Het CRM-systeem is ook niet voorzien van documentatie of handleidingen. Naast het feit dat het CRM-systeem niet aan de opdracht voldeed, de termijnen voor levering extreem overschreden werden, het systeem niet af is en vol zit met zeer slecht bruikbare schermen, is ook de hosting onbetrouwbaar en valt het CRM-systeem regelmatig uit. Dat Allsafe gebruik heeft gemaakt van een gebrekkig en half afgeleverd CRM-systeem betekent nog niet dat zij het zou hebben geaccepteerd of naar tevredenheid heeft gebruikt. Van een goede projectorganisatie is geen sprake geweest. Haar stellingen heeft Allsafe onderbouwd met een spreadsheet dat is opgesteld ten behoeve van het mediationtraject dat partijen hebben doorlopen en waaruit volgens haar blijkt dat sprake is van ernstige tekortkoming in het CRM-systeem. Daarnaast heeft Allsafe ter onderbouwing van haar stellingen verwezen naar rapporten van de door haar ingeschakelde deskundige Software Quality Management & Improvement B.V (hierna: SQMI).
scopevan de overeenkomst vallen. Het heeft voorts toegelicht dat alle andere door Smart Connections geleverde prestaties onder fase 3 en buiten de
scopevan de overeenkomst vallen. Uit rechtsoverwegingen 4.22-4.23 (in samenhang met rechtsoverweging 4.20) blijkt een aantal van die buiten de overeenkomst vallende prestaties. Uit rechtsoverweging 4.27 volgt dat die prestaties maken dat niet meer kan worden onderscheiden of de door SQMI geconstateerde tekortkomingen hun oorsprong vinden in de onder de overeenkomst vallende prestaties of in de na de oplevering geleverde prestaties (die volgens het hof dus buiten de overeenkomst vallen). Daarmee heeft het hof dus niet miskend dat als het CRM-systeem ten tijde van de oplevering of daarna niet geschikt is voor het beoogde gebruik, dit een tekortkoming in de nakoming oplevert, maar enkel tot uitdrukking gebracht dat uit het SQMI rapport onvoldoende duidelijk blijkt of een tekortkoming haar oorsprong vindt in een verbintenis die valt onder de tussen partijen gesloten overeenkomst.
vooraf schriftelijk afgesprokenis dat
“Processen/jargon ALLSAFE centraal”één van de vier kritische succesfactoren voor het project was.
(zie bijlage D.)’
subonderdeel 3.6.
look and feel, (iii) de oplevering, (iv) de gebruikersdocumentatie en handleidingen en (v) de performance en betrouwbaarheid. Het hof is van oordeel dat geen van deze klachten de conclusie rechtvaardigt dat Smart Connections is tekortgeschoten in nakoming van de overeenkomst en licht dat in het navolgende toe.’
look and feelvan de schermen. Verder blijkt uit de (bijlage bij de) e-mail van Allsafe van 12 augustus 2016 dat ook naar het oordeel van Allsafe fase 1 op dat moment nagenoeg af was en alleen nog afhankelijk was van de implementatie van de schermen die Allsafe had aangeleverd. Vele onderdelen van het geleverde CRM-systeem waren namelijk volgens het overzicht van Allsafe in de bijlage van die e-mail op dat moment voor 100% gereed. Voor zover bepaalde onderdelen blijkens het overzicht van Allsafe niet voor 100% gereed waren, heeft Smart Connections erop gewezen dat deze onderdelen wel degelijk beschikbaar waren, afhankelijk waren van input van Allsafe of in overeenstemming met Allsafe waren uitgesteld. Allsafe heeft dit niet voldoende weersproken. Ook heeft Allsafe niet weersproken dat Smart Connections de onderdelen van fase 2 (
customer serviceen
dashboardsvoor marketing) eveneens medio 2016 heeft opgeleverd. In een e-mail van 19 juni 2017 refereert ook Allsafe zelf aan de “initiële oplevering” in 2016. Voor zover Allsafe heeft betoogd dat Smart Connections een onvolledig systeem heeft opgeleverd omdat daarin niet alle door haar gewenste functionaliteiten waren verwerkt, stuit dit betoog af op hetgeen hiervoor in 4.21-4.23 is overwogen. Smart Connections was gehouden een CRM-systeem te leveren dat voldeed aan de overeenkomst, niet een systeem dat voldeed aan de overige wensen van Allsafe. Gelet op al het voorgaande is naar het oordeel van het hof dan ook niet komen vast te staan dat Smart Connections het CRM-systeem te laat en onvolledig heeft opgeleverd. Hieraan doet niet af dat Allsafe naar eigen zeggen geen acceptatietesten heeft uitgevoerd of goedkeuring heeft verleend. Partijen hebben namelijk in de overeenkomst en het plan van aanpak de mogelijkheid van een dergelijke test opgenomen, maar hebben dit niet als voorwaarde voor oplevering gesteld en hebben ook overigens – anders dan Allsafe heeft aangevoerd geen vastomlijnde afspraken over de oplevering gemaakt.
dashboardvoor marketing (fase 2) is gerealiseerd, (iii) de e-mail van Smart Connections van 30 augustus 2016 waaruit blijkt dat het CRM-systeem wordt gebruikt en (iv) het overzicht in de bijlage bij de e-mail van Allsafe van augustus 2016 waaruit blijkt dat ook Allsafe zich op het standpunt stelt dat bepaalde delen van het CRM-systeem gereed zijn. Het voorgaande brengt het hof tot de conclusie dat Smart Connections fase 1 op 5 juni 2016 [bedoeld zal zijn 5 juli 2016, AG] heeft opgeleverd en dat zij op 13 juli 2016 de factuur voor 25% van de kosten bij oplevering van die fase aan Allsafe mocht versturen. Daarnaast komt het hof tot de conclusie dat fase 2 medio 2016 is opgeleverd en dat Smart Connections op 5 december 2016 de factuur voor 25% van de kosten bij oplevering van fase 2 aan Allsafe mocht versturen. De facturering van deze kosten was dus niet prematuur.’
subonderdeel 6.3is een vergeefse variatie op subonderdeel 6.1. Vervolgens lees ik in het subonderdeel een motiveringsklacht over de uitleg door het hof van de correspondentie van partijen. Mijns inziens faalt ook die klacht. Het hof heeft uit de opmerking in de e-mail van 5 juli 2016 van Smart Connections dat ‘alles op productie’ [34] staat afgeleid dat alle onderdelen van fase 1 (volgens Smart Connections) afgerond waren. Allsafe heeft daar dezelfde dag op gereageerd. Het hof leidt uit die reactie af dat het CRM-systeem in ieder geval functioneerde, omdat de enige opmerking die Allsafe op dat moment maakte te maken had met de
look and feelvan het systeem en niet met overige functies. Dat Allsafe in die e-mail tevens zegt ‘op voorhand van een inhoudelijk beoordeling alvast deze mail’ doet daaraan volgens het niet onbegrijpelijke oordeel van het hof niet af. Zoals het hof memoreert, heeft Allsafe op 12 augustus 2016 alsnog een inhoudelijk oordeel gegeven over het CRM-systeem waarin veel onderdelen op 100% staan. Wat betreft de onderdelen die in de e-mail van 12 augustus 2016 niet op 100% stonden, heeft het hof vervolgens gemotiveerd waarom die niet aan oplevering in de weg kunnen staan, namelijk omdat deze onderdelen ofwel afhankelijk waren van input van Allsafe ofwel partijen overeengekomen waren om deze onderdelen uit te stellen. Voor wat betreft bepaalde functionaliteiten geldt daarnaast dat deze geen onderdeel vormden van de overeenkomst en behoorden tot fase 3. Dat een en ander onbegrijpelijk is, vermag ik niet in te zien.
met spoed het gehele systeem zal opleveren conform scope en afspraken.De schade door het niet volledig kunnen gebruiken van het systeem is aanzienlijk en loopt voor ons nog steeds op.’
subonderdeel 6.7.
Voor zover bepaalde onderdelen blijkens het overzicht van Allsafe niet voor 100% gereed waren, heeft Smart Connections erop gewezen dat deze onderdelen wel degelijk beschikbaar waren, afhankelijk waren van input van Allsafe of in overeenstemming met Allsafe waren uitgesteld. Allsafe heeft dit niet voldoende weersproken.’