Conclusie
Inleiding
Feiten en procesverloop
OVERWEGENDE:
1.Artikel 1 – Doel van de overeenkomst
2.Artikel 2 – Oprichting van een ontwikkel- en beheermaatschappij
3.Artikel 3 – Inbreng Gronden
4.Artikel 4 – Bestemmingsplan, vergunningen en subsidies
5.Artikel 5 – Aansturing van het project
6.Artikel 6 – Beheer Naarderbos
7.Artikel 7 – Duur van de overeenkomst
8.Artikel 8 – Ontbinding
9.Artikel 9 – Slotbepalingen
10.Artikel 10 – (…)
Afwijzing verzoeken
Kern boodschap
uitvoering geven aan het stuurgroepoverleg als bedoeld in artikel 5.2 van de SOK’.”
Bespreking van het cassatiemiddel in het principale beroep
subonderdeel 1.2keert zich tegen het oordeel van het hof in rov. 3.9 dat de samenwerkingsovereenkomst alleen ziet op het tot stand brengen van de revitalisatie van het Noorderbos en niet ook op de (voortdurende) exploitatie daarvan. Het subonderdeel wijst op het gebruik van de term ‘exploitatie’ in de art. 5.1 en 5.2 van de overeenkomst. Voorts wijst het subonderdeel erop dat die term op dusdanig veel plekken in de samenwerkingsovereenkomst wordt gebruikt, dat de door het hof gegeven uitleg weinig voor de hand ligt en nader had moeten worden gemotiveerd. Het hof heeft volgens het subonderdeel ook niet toegelicht waarom partijen in de gegeven omstandigheden over en weer slechts zouden mogen verwachten dat het ging om een dergelijke zeer beperkte vorm van exploitatie, waarbij het subonderdeel wijst op de looptijd van de samenwerkingsovereenkomst, zodat zijn beslissing onbegrijpelijk is.
dieafspraken van Naarderbos Ontwikkeling in dit geding faalt. Dit oordeel laat onverlet dat de overeenkomst dus nog wel bestaat en dus nog wel anderszins werking kan hebben. Ook dit subonderdeel vermeldt geen feiten of argumenten die het hof tot een ander oordeel dwongen.
dieafspraken door Naarderbos Ontwikkeling faalt, en laat dat oordeel dus onverlet dat de overeenkomst op zichzelf nog wel bestaat en dus nog wel anderszins werking kan hebben. Van een beëindiging van de overeenkomst is dus geen sprake. Dat zo zijnde, doen de in het subonderdeel gestelde tegenstrijdigheden – zo daarvan al sprake is – zich hoe dan ook niet voor, daargelaten of de in het subonderdeel genoemde stellingen gegrond zijn en daarbij genoemde feiten juist zijn, waarover het hof zich niet heeft uitgelaten. Ook dit subonderdeel gaat daarom niet op.
Bespreking van het cassatiemiddel in het voorwaardelijke incidentele beroep
Conclusie