Conclusie
1.Inleiding
2.Feiten en procesverloop
doordatanticonceptiemiddelen niet door de Staat worden vergoed. Dat betekent dus ook niet dat de Staat anticonceptiemiddelen om die reden moet vergoeden, aldus de rechtbank (zie voor een en ander rov. 4.27).
3.Vereisten procesinleiding in cassatie in een WAMCA-zaak
4.Bespreking van het cassatiemiddel
” [26]
behandeling van personen(door het hanteren van een bepaalde bepaling, maatstaf of handelwijze), is dus bij dat oordeel niet helemaal op zijn plaats.
(a) Anticonceptiemiddelen voor vrouwen hebben een wezenlijk andere functie dan condooms. Enkel anticonceptiemiddelen die geschikt zijn voor vrouwen, zijn geschikt voor de verwezenlijking van het fundamentele recht van vrouwen om vrij te beslissen over hun seksuele en reproductieve keuzes zoals dat voortvloeit uit art. 8 EVRM Pro en art. 16 lid Pro 1, aanhef en onder e, VN-Vrouwenverdrag.
(b) De gehele maatschappij profiteert van anticonceptiemiddelen die geschikt zijn voor vrouwen, zodat de kosten van het gebruik van deze anticonceptie ook door de gehele maatschappij moeten worden gedragen.
(c) De Staat heeft zelf de vergoeding van anticonceptiemiddelen die geschikt zijn voor vrouwen, altijd als een separate maatregel gezien.
als zodanigindirecte discriminatie zou opleveren. Discriminatie ziet als gezegd op een verschil in behandeling van personen. De vraag in dit geding is dan ook uitsluitend, gelet op de grondslag van de vordering (er is sprake van een indirect onderscheid omdat vrouwen geheel of in overwegende mate de kosten van anticonceptiemiddelen dragen), of het niet vergoeden van anticonceptiemiddelen (indirecte) discriminatie oplevert, althans op de Staat een positieve verplichting rust om het bestaande onderscheid tegen te gaan door anticonceptiemiddelen te vergoeden aan vrouwen.