Conclusie
Nummer23/02487
Inleiding
“telkens: ontucht plegen met een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd”veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 22 maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft het hof een beslissing genomen ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij, een en ander zoals nader in het arrest bepaald.
Het middel
De bewezenverklaring
“onzin”is.
Een samenvatting van ’s hofs oordeel en een nadere omschrijving van het middel
“een slag om de arm houdt”daar waar het gaat om de momenten waarop de ten laste gelegde gedragingen hebben plaatsgevonden.
“daaraan te stellen maatstaven”, en onjuist en ook onbegrijpelijk is. In de kern wordt betoogd dat de verklaring van [getuige 1] kan strekken tot staving van de betwisting van het ten laste gelegde.
“onzin”is, welke uitlating zij volgens de verdediging in het najaar van 2018 in tegenwoordigheid van de verdachte zou hebben gedaan. Nu de verdediging deze mogelijkheid onbenut heeft gelaten, kan niet worden gezegd dat zij in enig belang is geschaad door afwijzing van het verzoek om [getuige 2] – als zijdelings betrokken derde – over de (vermeende) uitlating van [getuige 3] te horen. Daarbij heeft het hof zijn oordeel mede gegrond op de whatsapp-conversatie tussen [getuige 3] en de verdachte (zoals hiervoor weergegeven onder randnummer 9).
“de afwijzing van het verzoek de [getuige 2] te horen onjuist is en/of te kort schiet (mede) in het licht van hetgeen de verdediging heeft aangevoerd”en wordt in het bijzonder betoogd dat [getuige 3] tijdens het rechter-commissarisverhoor nog niet kon worden geconfronteerd met de getuigenverklaring van [getuige 2], nu [getuige 2] op dat moment nog niet was gehoord.
De bespreking van het middel
“Ook indien verdachte een groot deel van de tenlastegelegde periode niet in de buurt van [slachtoffer] aanwezig was, dit niet in de weg (staat) aan hetgeen [slachtoffer] heeft verklaard”. In deze motivering van de afwijzing van het getuigenverzoek ligt m.i. besloten dat het hof van oordeel is dat de punten waarover [getuige 1] kan verklaren in redelijkheid niet van belang kunnen zijn voor enige in de strafzaak te nemen beslissing, nu de verklaring van [getuige 1] geen afbreuk kan doen aan de betrouwbaarheid van de verklaring van het slachtoffer. Daarmee heeft het hof bij de beoordeling van het getuigenverzoek de juiste maatstaf (het verdedigingsbelang) gehanteerd. [4] , [5] Voor zover wordt geklaagd dat de afwijzing van het verzoek niet voldoet aan “
de daaraan te stellen maatstaven”, faalt de klacht dus.
“vanaf ongeveer september 2017 sprake was van seks”. Daarbij heeft het hof in zijn oordeel betrokken dat het slachtoffer niet meer goed weet wanneer ‘het’ (het penetreren met de penis) is begonnen, dat
“dat ook in augustus geweest kan zijn”en dat zij bovendien heeft verklaard dat de verdachte er twee of drie weekenden niet is geweest. In ’s hofs oordeel ligt besloten dat ook als [getuige 1] een getuigenverklaring zou afleggen in de door de verdediging veronderstelde zin, die getuigenverklaring de verklaring van het slachtoffer niet kan ontkrachten. Het hof heeft in zo’n geval – zonder op ontoelaatbare wijze vooruit te lopen op de inhoud van de getuigenverklaring – mogen aannemen dat de verdediging geen belang heeft bij het horen van de getuige.
“onzin”was. Die mededeling doet immers niet af aan de inhoud van de app-wisseling en aan hetgeen [getuige 3] ten overstaan van de rechter-commissaris heeft verklaard.