Conclusie
[eiser]respectievelijk
TWW.
1.Inleiding
2.Feiten
hof), heeft de feiten niet afzonderlijk vastgesteld in een daaraan gewijd deel van het bestreden arrest van 29 augustus 2023. Hierna volgt mijn weergave van de feiten die het hof ten grondslag legde aan zijn oordeel (voor zover in cassatie van belang), telkens onder verwijzing naar de relevante overweging uit het hofarrest. [1]
[A]) (r.o. 2.1). Het terras is in november 2013 opgeleverd en de factuur van TWW van in totaal € 121.272,83 (incl. btw) is door [eiser] betaald (r.o. 3.6).
ZNEB) in opdracht van [eiser] een rapport uitgebracht. Onderdeel van dat rapport is een Meettechnisch en diagnostisch onderzoek van ACI Lekdetectie van 5 oktober 2017. Uit het rapport van ZNEB blijkt dat [eiser] ook Ardex GmbH uit Witten, Duitsland, (hierna:
Ardex) heeft ingeschakeld. De reactie per e-mail van Ardex van 22 oktober 2018 is onderdeel van het rapport van ZNEB. Op 7 mei 2020 heeft Ardex een voorstel uitgebracht voor de wijze waarop het terras volgens Ardex moet worden hersteld (r.o. 3.4).
[aannemersbedrijf]) een offerte uitgebracht voor het herstel van het terras. Deze offerte sluit aan op het door [eiser] gevorderde bedrag van € 199.346,--. Bij akte van 6 januari 2021 [3] heeft [eiser] een specificatie van de offerte van [aannemersbedrijf] in het geding gebracht. [aannemersbedrijf] heeft in twee brieven van 3 juni 2021 en 7 juni 2021 nog nadere toelichtingen aan [eiser] gegeven (r.o. 3.4).
[ingenieursbureau]) in opdracht van TWW een rapport uitgebracht. Onderdeel van dit rapport is een kostenraming van het herstel door [B] . Op 14 oktober 2020 heeft [ingenieursbureau] op de offerte van [aannemersbedrijf] gereageerd. [ingenieursbureau] heeft op 16 februari 2021 een nadere rapportage opgesteld en op 14 juni 2021 nog een notitie (r.o. 3.5).
3.Procesverloop
In eerste aanleg
rechtbank). [eiser] vordert, na eisvermeerdering, dat de rechtbank TWW veroordeelt tot betaling van (i) een bedrag van € 199.346,-- inclusief btw, dan wel € 86.703,50 inclusief btw, te vermeerderen met wettelijke rente, (ii) de buitengerechtelijke incassokosten van € 2.768,46, en (iii) de expertisekosten van € 2.207,05, met (iv) veroordeling van TWW in de proces- en nakosten.
eindvonnis), waarin zij TWW veroordeelt tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 146.099,05, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 141.700,--, en de proces- en nakosten.
arrest) [5] waarin het (i) het eindvonnis vernietigt en, opnieuw rechtdoende, (ii) TWW veroordeelt tot betaling aan [eiser] van € 36.099,50, te vermeerderen met wettelijke rente, (iii) [eiser] veroordeelt tot terugbetaling van al wat TWW ter uitvoering van het eindvonnis aan [eiser] heeft betaald, te vermeerderen met wettelijke rente, waarop in mindering strekt de veroordeling onder (ii), en (iv) bepaalt dat iedere partij de eigen kosten van beide instanties draagt, waarbij het hof de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad verklaart.
4.Bespreking van het principaal cassatieberoep
van TWWin haar akte van 16 juni 2021 en niet, zoals in deze stellingen in cassatie tot uitgangspunt wordt genomen, op het rapport dan wel de daarin vervatte kostenraming van [ingenieursbureau] [10] (reeds overgelegd door TWW als productie 17 bij haar conclusie van antwoord). [11]
€ 105 exclusief btw p/m2(
naar het hof aanneemt is de prijs van de nieuwe tegels hierin begrepen, omdat daarvoor geen afzonderlijke post is opgenomen).”